WELKOM
Droomt u ook van een tweede
huis in Frankrijk? Droomde u van een tweede huis in
Frankrijk en heeft u uw droom gerealiseerd? Heeft u na de
aanschaf van uw "tweede" woning uw Nederlandse
woning verkocht en is uw droom (het leven als een god in
Frankrijk) helemaal uitgekomen?
JURIDISCH EN FISCAAL ADVIES
NEDERLAND - FRANKRIJK
Op veel Nederlanders is één van de
drie bovenstaande zinnen van toepassing (vooral het
dromen van
.). Voor veel van die Nederlanders zijn
er vragen omtrent belastingen, sociale verzekeringen en
verschillende praktische zaken. En dat is niet vreemd, nu
de regelgeving van twee landen van toepassing is/kan zijn.
Samen met u zorg ik ervoor dat u geen nachtmerries krijgt
over de regelgeving van beide landen: dus geen zorgen
over een M-biljet (aangiftebiljet bij emigratie), geen
zorgen over Franse heffingen zoals de Plus-Value (belasting
over de verkoopopbrengst van een woning) etc.
Een unieke dienstverlening, variërend van juridisch en
fiscaal advies, tot het bieden van de helpende hand of
goede raad bij formaliteiten of kleine dagelijkse
problemen. Ik onderscheid me door de persoonlijke
benadering en de creatieve en doortastende aanpak
richting mijn cliënten.
Ik kan u ook helpen bij de emigratie naar Spanje,
Zwitserland, Italië, Duitsland, Oostenrijk, Engeland en
België. Ik adviseer u dan over de Nederlandse gevolgen
en kan u in contact brengen met specialisten in het
betreffende land.

Actueel
TOT EN MET 22 APRIL GEEN TELEFONISCHE
BEREIKBAARHEID IVM VERBLIJF IN NEDERLAND
13-03-2012 De Europese Unie
vereenvoudigt het grensoverschrijdend erven in een andere
EU-lidstaat.
Het tweede huis in Spanje
bijvoorbeeld moet makkelijker kunnen worden geërfd als
de Nederlandse eigenaar sterft. Dat heeft het Europees
Parlement in Straatsburg dinsdag besloten. Een
Nederlandse vrouw die getrouwd is met een Poolse man en in
Frankrijk woont, kan voortaan kiezen of haar erfgenamen
zullen erven onder de Nederlandse of de Franse wet.
Door die versimpeling wordt
voorkomen dat er een conflict ontstaat tussen justitie in
Polen, waar de erfgenamen wonen, de rechters in Nederland
en het gerecht in het land waar de vrouw onroerend goed
bezit (Frankrijk).
In de EU gaat het jaarlijks om bijna
450.000 van dergelijke erfenissen (10 procent van alle
nalatenschappen) met een waarde van 123 miljard euro. Het
voorstel van het parlement gaat nu naar de 27 lidstaten.
Wordt vervolgd !
02-03-2012 Aanpassing keuzeregeling
De zogeheten keuzeregeling waarbij buitenlands
belastingplichtigen onder voorwaarden kunnen opteren om
fiscaal te worden behandeld als binnenlands
belastingplichtigen gaat op de schop. Dat heeft
staatssecretaris Weekers van Financiën onlangs in een
persbericht aangekondigd. De inhoud van de maatregelen
wordt binnenkort in een beleidsbesluit bekendgemaakt.
Volgens het persbericht heeft
de aanpassing vooral effect voor de genoten
hypotheekrenteaftrek. Nu is het zo dat buitenlands
belastingplichtigen die 90 procent of meer van hun
wereldinkomen in Nederland verdienen, recht kunnen hebben
op hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning in het
buitenland als ze hebben geopteerd voor een fiscale
behandeling als binnenlands belastingplichtige. De
genoten hypotheekrenteaftrek wordt echter ongedaan
gemaakt als ze niet langer opteren voor een fiscale
behandeling als binnenlands belastingplichtige door de
zogeheten claw back en/of inhaalregeling.
De claw back houdt in dat
indien een niet-ingezetene niet langer opteert voor de
keuzeregeling er een terugname plaats van de negatieve
buitenlandse inkomensbestanddelen (aftrekposten) die
gedurende de optieperiode ten laste zijn gekomen van het
Nederlandse inkomen. Met de inhaalregeling wordt
bijgehouden hoeveel negatief buitenlands inkomen uit
voorgaande jaren nog niet is verrekend met
positief buitenlands inkomen uit een toekomstig jaar
waardoor Nederland voor dat jaar een lagere voorkoming
van dubbele belasting verleent. De inhaalregeling kan
onder meer aan de orde komen als bijvoorbeeld de
hypotheekrenteaftrek hoger is dan het loon uit
dienstbetrekking.
De claw back en de
inhaalregeling kunnen onder omstandigheden tot bizarre
uitkomsten leiden. Illustratief hierbij zijn een
uitspraak van Rechtbank Den Haag van 4 mei 2011 en
Rechtbank Breda van 18 april 2011.
Echte binnenlands
belastingplichtigen hebben geen last van de claw back en/of
de inhaalregeling als zij in Nederland blijven werken (en
hier ten minste 90% van hun wereldinkomen verdienen) maar
in een ander land gaan wonen. Deze ongelijkheid wordt
alvast ongedaan gemaakt. Echter de werkingssfeer van de
90%-regeling is ruimer dan alleen de hypotheekrenteaftrek:
het heeft betrekking op alle aftrekposten die verband
houden met de persoonlijke en gezinssituatie van de
belastingplichtige.
De staatssecretaris heeft
overigens aangegeven dat hij met het beleidsbesluit
vooruitloopt op de definitieve beslissing over de
toekomst van de keuzeregeling. Momenteel lopen bij het
Hof van Justitie van de Europese Unie nog rechtszaken die
van invloed kunnen zijn op de definitieve vorm van de te
publiceren keuzeregeling.
Bron: Ministerie van Financiën, 23-2-2012
04-01-2012 Diversen
Verplaatsing onderneming naar buitenland
Als een Nederlandse onderneming haar zetel naar het
buitenland verplaatst (emigratie), krijgt de
belastingplichtige in de inkomsten- of
vennootschapsbelasting te maken met een onmiddellijke
belastingheffing (exitheffing) over de dan
aanwezige meerwaarden in vermogensbestanddelen waarover
Nederland als gevolg van de emigratie niet langer
belasting mag heffen. Het Hof van Justitie van Justitie
van de Europese Unie heeft op 29 november 2011 beslist
dat de Nederlandse exitheffing niet in strijd is met de
vrijheid van vestiging, dat Nederland daarbij geen
rekening hoeft te houden met waardedalingen van de
vermogensbestanddelen na emigratie, maar dat Nederland de
belastingplichtigen de mogelijkheid moet geven tot
uitstel van betaling tot het moment waarop de meerwaarden
daadwerkelijk worden gerealiseerd. Die mogelijkheid biedt
de huidige Nederlandse wet niet. Vooruitlopend op die
noodzakelijke wetswijziging heeft de staatssecretaris van
Financiën in een besluit de voorwaarden vastgelegd
waaronder nu al uitstel van betaling van de exitheffing
kan worden verkregen. Het besluit is op 23 december 2011
in werking getreden en werkt terug tot en met 29 november
2011. Na het in werking treden van de wetswijziging
vervalt het besluit.
Auto entrepreneurs verplicht om
omzet door te geven!
Vanaf 01-01-2012 dient ook het ontbreken van een omzet
doorgegeven te worden (néant) op grond van décret n°
2011-1973 26 december 2011
Loi de finances 2012 aangenomen
De talloze belastingverhogingen zijn aangenomen en worden
derhalve per 1 januari 2012 ingevoerd. Binnenkort zal
Sarkozy wederom met een groot aantal wetsvoorstellen
komen, zodat hij alsnog de verkiezingen kan gaan winnen.
Vooralsnog onduidelijkheid over deze mogelijke
veranderingen!
12-12-2011 Geen heffingvrij
box 3-vermogen voor buitenlands belastingplichtige
Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op het
heffingvrije vermogen in box 3 (in 2011 20.785
voor een alleenstaande en 41.570 tezamen met
partner) eventueel vermeerderd met de ouderentoeslag, als
die buitenlands belastingplichtige niet heeft gekozen
voor een fiscale behandeling als binnenlands
belastingplichtige? Deze vraag kwam in twee recente
arresten van de Hoge Raad aan de orde. De Hoge Raad
beantwoordde die vraag ontkennend. Deze aftrekpost knoopt
niet aan bij (de aard van) enige activiteit van de
belastingplichtige of bij (de exploitatie van) bepaalde
vermogensbestanddelen, zodat zij niet rechtstreeks
verband houdt met bepaalde inkomsten of met de bron
waaruit deze afkomstig zijn en daarmee onlosmakelijk
verbonden is. Door zijn koppeling aan alle tot de
rendementsgrondslag behorende bezittingen en schulden
houdt het heffingvrije vermogen in algemene zin verband
met de fiscale draagkracht van de belastingplichtige. Het
heffingvrije vermogen en de verhoging daarvan in de vorm
van de ouderentoeslag zijn belastingvoordelen die
voortvloeien uit het rekening houden met de persoonlijke
situatie en de gezinssituatie van de betrokkene. Dit
oordeel van de Hoge Raad leidde ertoe dat in beide
procedures zowel de inwoonster van België als de inwoner
van Duitsland niet in aanmerking kwamen voor het
heffingvrije vermogen al of niet verhoogd met de
ouderentoeslag.
02-12-2011 Diverse nieuwtjes van de
laatste weken
Woonlandfactor daalt licht,
percentages ook. Maximale grondslag stijgt echter fors
De woonlandfactor voor het berekenen
van de CvZ bijdrage wordt vanaf 1 januari 2012 verlaagd
naar 0,7685 (was 0,7747). Ook de percentages voor de
inkomensafhankelijke premies worden iets verlaagd.
Echter, de maximale grondslagen voor de premieheffing
worden fos verhoogd tot 50.056 (was circa
33.000).
Mensen met een inkomen onder de oude grens gaan minder
premies betalen, mensen met een hoger inkomen gaan (fors)
meer premie betalen.
Verkassende vennootschap mag
later met belastingdienst afrekenen
Ondernemingen die naar een andere EU-lidstaat
verkassen, hebben steun gekregen van het Europees Hof van
Justitie in Luxemburg. Vennootschappen die verhuizen
hoeven niet per se op de dag van verhuizing met de fiscus
af te rekenen.
Het hof in Luxemburg oordeelde in de zaak tussen het
bedrijf National Grid Indus BV en de belastingdienst
Rijnmond. De onderneming wilde de eindafrekening niet
meteen betalen omdat dat financieel nadeliger zou zijn
dan niet verhuizen. De rechters geven het bedrijf gelijk.
Zij willen niet dat de vrije vestiging binnen de EU in
het gedrang komt.
Het EU-Hof oordeelde dat de onmiddellijke invordering van
de heffing op het moment waarop de vennootschap haar
feitelijke bestuurszetel verplaatst, zonder dat de
vennootschap de mogelijkheid wordt geboden om dit bedrag
op een later tijdstip te betalen, onverenigbaar is met
het recht van de Unie.
Franse aanpassingen
Het lage BTW tarief van 5,5% wordt verhoogd naar 7%.
Met name vervelend bij verbouwingen.
Het droit de passage wordt verhoogd van 1,1% naar 2,5%.
Met name vervelend bij een scheiding.
De bevrijdende voorheffing op rente en dividendinkomsten
gaat van 19% naar 24%.
De sociale premies bedragen 13,5%. In totaal is de
bevrijdende voorheffing dan 37,5% i.p.v. de huidige 32,5%.
Misschien worden de schenkingsvrijstellingen fors
verlaagd.
Vanaf 29 juli 2011 is er een exit heffing ingevoerd in
Frankrijk. Deze is van toepassing op inwoners van
Frankrijk, die de laatste 10 jaar minimaal 6 jaar in
Frankrijk hebben gewoond (en het land verlaten vanaf 3
maart 2011).
13-10-2011 Franse
belastingverhoging over erg hoge inkomsten
In de blijvende zoektocht naar extra inkomsten, is er
besloten om de extra belasting bij erg hoge inkomsten van
3% naar 4% te verhogen. Het gaat daarbij om jaarlijkse
inkomsten boven de 500.000 per ¨part¨.
Bijvoorbeeld boven de 1 miljoen bij een echtpaar.
Boven de 250.000 per part wordt er nu een extra
belasting geheven van 3% en boven de 500.000 4%. Deze
nieuwe maatregel treft 4500 huishoudens en levert circa
67 miljoen op.
Ook de belastingheffing over
buitengewone inkomsten (zoals de verkoop van een
onderneming) wordt verzwaard. De belasting wordt berekend
over het totale inkomen (inclusief de eenmalige inkomsten)
èn over het normale jaarlijkse inkomen. Het verschil in
heffing wordt gedeeld door drie en toegevoegd aan de
verschuldigde belasting over het normale inkomen.
10-10-2011 'Emigratie bv's binnen
EU wordt fiscaal aantrekkelijker'
De Europese commissie heeft
Nederland verzocht om bepaalde exitheffingen voor bv's of
hun eigenaren die verhuizen naar een ander EU-land
voortaan achterwege te laten. Dat schrijft het
adviesbureau Baker Tilly Berk.
Als iemand zijn bv verplaatst naar
een ander EU-land of zelf daar naartoe verhuist, krijgt
diegene te maken met de zogeheten fiscale exitheffingen.
Emigratie wordt door de fiscus fiscaal gelijk gesteld met
verkoop van alle bestanddelen die van waarde zijn zoals
pensioen, aandelen, stille reserves etc.
Op die bestanddelen rust vaak een
grote fiscale claim, waarvoor de bv-eigenaar dan ook bij
emigratie, prompt een even zo forse belastingaanslag
krijgt. Pas als gedurende tien jaar na emigratie aan veel
aanvullende eisen van de Nederlandse fiscus wordt voldaan,
is deze aanslag niet invorderbaar.
Als Nederland aan het Europese
verzoek geen gevolg geeft kan deze zaak uiteindelijk door
de commissie worden voorgelegd aan het Hof van Justitie.
De verwachting is echter dat de Nederlandse wetgever het
niet zo ver laat komen en de belastingwet zal aanpassen.
Emigratie binnen de EU zal dan fiscaal aantrekkelijker
worden.
[ Bron: Baker Tilly Berk ]
12-09-2011 EU-hof: Fiscale
exitheffing voor bedrijven toegestaan
EU-landen mogen ondernemingen die hun hoofdzetel in een
andere lidstaat vestigen in principe een fiscale
exitheffing opleggen. De advocaat-generaal bij het
Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft dat
donderdag geadviseerd.
Er kunnen volgens haar wel
omstandigheden zijn waarin de heffing niet meteen moet
worden opgelegd als het bedrijf vertrekt, maar op een
latere datum.
De zaak draait om een conflict
tussen National Grid Indus BV, een vennootschap naar
Nederlands recht die haar bestuurszetel naar het Verenigd
Koninkrijk heeft verplaatst, en de Nederlandse
Belastingdienst.
Het EU-hof doet later uitspraak. Meestal
volgt het het advies van de advocaat-generaal.
[ Bron: ANP ]
07-09-2011 Franse overheid komt
wederom terug op vreemde beslissing
De nieuwe plus-value heffing op onroerend goed gaat pas
per 1 februari 2012 in, in plaats van 24 augustus 2011,
met een uitzondering voor de SCI. Indien u uw niet Franse
hoofdverblijf wilt verkopen, kan het raadzaam zijn om een
voorlopig koopcontract voor 1 februari 2012 te
krijgen. In de huidige markt is dat alleen niet heel erg
eenvoudig
.
Na 30 jaar bezit is er geen plus
value verschuldigd. Dit wordt veroorzaakt door de
vrijstellingen:
- tussen het 6e en 17e jaar wordt er ieder jaar 2%
vrijstelling opgebouwd
- tussen het 18e en 24e jaar wordt er ieder jaar 4%
vrijstelling opgebouwd
- tussen het 24e en 30e jaar wordt er ieder jaar 8%
vrijstelling opgebouwd
Nederlands nieuws: vanaf 1 januari
2013 is er geen KvK-bijdrage meer verschuldigd. Vanaf 1
januari 2012 is er waarschijnlijk geen notariële akte
meer noodzakelijk voor het orpichten van een BV. Ook
worden er diverse andere regels aangepakt.
25-08-2011 Franse regering
komt wederom met bezuinigingsmaatregelingen
De geruchten zijn bevestigd, de Franse plus-value op
tweede huizen wordt sterk aangepast. Wie een woning, niet
zijnde hoofdverblijf, vanaf 24 augustus 2011 verkoopt,
krijgt te maken met een vele zwaardere heffing. Niet
omdat de belasting is verhoogd, maar door een wijziging
in de grondslag.
Vanaf heden mag er voor het bepalen
van de verkoopwinst alleen nog rekening worden gehouden
met de inflatie en niet meer met forfaitaire kosten
gerelateerd aan de bezitsduur.
De enige mogelijkheid om geen last
te hebben van deze verzwaring, is voor de verkoop het
huis als hoofdverblijf te gaan bewonen
Er komt ook een nieuwe
belastingverhoging voor mensen met een inkomen uit arbeid
/ vermogen van boven de 500.000: 3% heffing extra.
Wederom worden ook de sociale
premies verhoogd (verschuldigd over bijvoorbeeld rente /dividend
/ lijfrenten) van 12,3% naar 13,5%.
Ook directe belastingen, zoals de
heffing op tabak, alcohol en niet-suikervrije frisdanken
gaan omhoog.
Bron: conference de presse du
Premier minister sur les mesures de reduction des
deficits.
20 juli 2011 Nederlanders zonder
wettelijk pensioen weer welkom in de
ziektekostenverzekering
Sinds 1-1-2008 was het voor gepensioneerde Nederlanders
zonder wettelijk inkomen niet meer mogelijk om gebruik te
maken van de Franse ziektekostenverzekering. Men moest
eerst 5 jaar in Frankrijk wonen voordat men deze rechten
verkreeg. In de tussentijd was dan een particuliere
ziektekostenverzekering noodzakelijk.
Deze wachttijd is nu weer afgeschaft,
mits er voldoende inkomsten aanwezig zijn. Per geval
dient de CPAM te beoordelen of er recht bestaat op de
Franse ziektekostenverzekering, de CMU.
Later meer!
21-05-2011 Inleveren Franse
aangifte vermogensbelasting verschoven naar 30 september
2011
De aangifte en betaling van de ISF (Impôt
sur ma fortune) 2011 is verplaatst van 15 juni naar 30
september 2011. Oorzaak hiervan is gelegen in de
hervormingen die in juni nog door het Parlement moeten
worden goedgekeurd. Enkele maatregelen zullen
waarschijnlijk al direct van toepassing zijn op de
aangifte over het jaar 2011.
13-05-2011 Opteren binnenlandse
belastingplicht
Onder voorwaarden kunnen buitenlandse
belastingplichtigen ervoor kiezen om te worden behandeld
als een binnenlandse belastingplichtige. Dit keuzerecht
is de afgelopen jaren inzet geweest in diverse procedures
-ook onder meer bij het Europese Hof van Justitie (HvJ EU)-
waarbij de vraag werd opgeworpen of het een geschikt
middel kan zijn om een discriminerende bepaling te
neutraliseren. Het HvJ EU heeft daarbij aangegeven dat
zon keuzerecht een geconstateerde discriminatie
niet neutraliseert. In navolging daarvan heeft Rechtbank
Breda (Rechtbank Breda, 18-4-2011, nr. 10/2769) onlangs
beslist dat deze keuzeregeling geen adequaat en
proportioneel middel is om een gegeven discriminatie te
neutraliseren. De rechtbank wees daarbij op de zogeheten
claw back uit de keuzeregeling. De claw back
houdt in dat indien een niet-ingezetene niet langer
opteert voor de keuzeregeling er een terugname plaats van
de negatieve buitenlandse inkomensbestanddelen (aftrekposten)
die gedurende de optieperiode ten laste zijn gekomen van
het Nederlandse inkomen. Naar het oordeel van de
rechtbank dwingt Nederland de niet-ingezetene dan ook
niet alleen te kiezen voor binnenlandse belastingplicht,
maar ook om deze keuze, op straffe van veelal
aanzienlijke kosten, ook in de toekomst voort te zetten.
Los van dit fundamentele oordeel over de keuzeregeling
gaf de rechtbank nog een ander oordeel over de
keuzeregeling. Het is niet noodzakelijk om te kiezen voor
binnenlandse belastingplicht als een niet-ingezetene zijn
gehele (of nagenoeg gehele, d.w.z. 90% of meer) inkomen
in Nederland verdient en daarbij zijn per saldo negatieve
opbrengsten van een in het buitenland gelegen woning (hypotheekrenteaftrek)
op dat inkomen in aftrek wil brengen.
22-04-2011 Belastingen 2010: let
de komende dagen op uw brievenbus !
François Baroin heeft het nieuwe ¨aangifte seizoen¨
geopend. Sinds 19 april worden de Franse aangifte
biljetten verstuurd. Deze worden echter niet gelijktijdig
verstuurd, waardoor sommigen pas begin mei de aangifte
ontvangen.
Tevens worden formulier 2042 (algemene aangifte) en 2047
(aangifte voor buitenlandse inkomsten) weer apart
verzonden.
De aangiften zijn weer reeds ingevuld met de reeds
bekende gegevens (zoals de Franse salarissen, pensioenen,
uitkeringen, rente). Uiteraard dient u deze gegevens nog
te controleren en aan te vullen met eventuele andere
inkomsten, zoals Nederlandse inkomsten. De aangifte moet
voor 31 mei bij de Belastingdienst binnen zijn.
De aangifte kan vanaf 26 april ook
elektronisch worden gedaan. In dat geval geniet u een
eenmalige korting van 20 (de eerste keer
elektronische aangifte) en mag u de aangifte later
indienen:
Département 1-19: voor 10 juni
Département 20-49: voor 17 juni
Département 50 en hoger: voor 1 juli
16-4-2011 Schema autokosten
aangepast
De forfaitaire aftrek van zakelijke kilometers is in
Frankrijk aangepast voor het jaar 2010. Reden zijn de
stijgende brandstofkosten. Niet heel erg handig gepland,
nu de meeste ondernemers hun zakelijke aangifte al hebben
ingediend!
13-04-2011 Schenkings- en
erfrecht worden aangepast door de Franse fiscale
hervormingen
De eerste schijf van de vermogensbelasting komt
hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2012 te vervallen. Om
dit te financieren, zullen het schenkings en
erfrecht worden verzwaard.
De hoge vrijstelling bij schenking aan
kinderen, 159.325 per ouder per kind, zal straks
nog maar 1 keer in de 10 jaar gebruikt kunnen worden. Op
dit moment is het nog 1 keer in de 6 jaar te gebruiken.De
voordelen bij een schenking op jongere leeftijd zullen
ook verdwijnen. De hoogste schijven van het
successierecht zullen ook worden verhoogd met 5% punten.
In mei zal er meer duidelijkheid worden
gegeven over de voorgestelde wijzigingen, die als doel
hebben niet het vermogen te belasten, maar meer de
inkomsten uit het vermogen te belasten.
28-03-2011 Vanaf heden kunt u
hier weer de belangrijke fiscale mededelingen uit de
Nederlandse en Franse wereld lezen
De computerproblemen zijn hopelijk opgelost.
13-12-2010 Volledige BPM-heffing bij
aanvang weggebruik strijdig met EG-Verdrag
Belanghebbende, VAV Autovermietung GmbH, is een in
Duitsland gevestigd autoverhuurbedrijf. Zij verhuurt voor
de periode van negen maanden een auto met Duits kenteken
aan een in Nederland gevestigde vennootschap. De auto
wordt ter beschikking gesteld aan de directeur van de
vennootschap, die de auto hoofdzakelijk in Nederland
gebruikt. Belanghebbende heeft, na controle en uitreiking
van een waarschuwingsformulier, volgens de Wet BPM de
verschuldigde belasting voldaan en daartegen bezwaar
gemaakt en vervolgens beroep ingesteld. In geschil is of
de verplichting om voor de auto BPM op aangifte te
voldoen in strijd is met art. 49 tot en met 55 EG-Verdrag,
nu de Wet BPM niet erin voorziet dat rekening wordt
gehouden met de duur van de huurovereenkomst of gebruik
van het Nederlandse wegennet dat met de auto wordt
gemaakt.
Rechtbank Breda overwoog op 18 januari 2010 dat het Hof
van Justitie EU vóór invoering van de teruggaafregeling
van art. 14a BPM het Nederlandse BPM-systeem in strijd
achtte met de art. 49 tot en met 55 EG-Verdrag. De
rechtbank besloot tot het stellen van prejudiciële
vragen over het nieuwe wettelijke systeem sinds de
invoering van genoemd art. 14a.
Het HvJ EU overweegt in haar beschikking dat het heffen
van het volledige bedrag in beginsel een belemmering
vormt van het vrij verrichten van diensten. Onder
verwijzing naar de zaken Van de Coevering en Ilhan
overweegt het HvJ EU dat het doel van deze belasting kan
worden bereikt door een belasting in te voeren naar
evenredigheid van het gebruik van de auto. Ook herinnert
het Hof eraan dat de Nederlandse regering in het kader
van de zaak Van de Coevering had aangekondigd de
wettelijke regeling aldus te zullen aanpassen dat de BPM
voor in een andere lidstaat gehuurde voertuigen op basis
van de duur van de huurovereenkomst zou worden
vastgesteld. De volledige heffing bij aanvang van het
weggebruik is echter gehandhaafd, zonder dat rekening
wordt gehouden met de duur van de huurovereenkomst en met
het gebruik van het voertuig op het Nederlandse wegennet,
al bepaalt de Wet BPM dat het restbedrag, dat wordt
berekend aan de hand van de gebruiksduur van het voertuig
op dit wegennet, na einde van dit gebruik zonder rente
wordt terugbetaald.
Het HvJ EU overweegt in r.o. 28: De wijzigingen die
in deze wettelijke regeling zijn aangebracht, voldoen dus
niet aan de door het Hof in de reeds aangehaalde
beschikkingen Van de Coevering en Ilhan gestelde eisen'
en verklaart voor recht: De artikelen 49 EG tot en
met 55 EG verzetten zich tegen een nationale regeling als
aan de orde in het hoofdgeding, krachtens welke een in
een lidstaat woonachtige of gevestigde persoon die in
deze lidstaat een in een andere lidstaat geregistreerd en
gehuurd voertuig gebruikt, verplicht is om ter zake van
de aanvang van het gebruik met dit voertuig van de weg
van eerstbedoelde lidstaat de volledige belasting te
betalen waarvan het restbedrag, dat wordt berekend aan de
hand van de gebruiksduur van dit voertuig op dit wegennet,
na einde van het gebruik zonder rente wordt terugbetaald'.
13-12-2010 EC begint infractieprocedure
tegen Nederland en andere landen vanwege exitheffingen
bij ondernemingen
De Europese Commissie is tegen Nederland, evenals tegen
Spanje en Denemarken, een infractieprocedure begonnen
voor het Hof van Justitie EU vanwege bepalingen in hun
belastingwetgeving die tot gevolg hebben dat een
exitheffing wordt opgelegd aan ondernemingen die hun
fiscaal inwonerschap in die landen beëindigen. Volgens
de nationale wetgeving in deze landen wordt een
vennootschap belast over haar ongerealiseerde
vermogenswinsten als zij haar woonplaats wijzigt, haar
vaste inrichting verplaatst of activa overbrengt naar een
andere lidstaat. Bij vergelijkbare binnenlandse
verrichtingen worden ontstane maar nog niet gerealiseerde
vermogenswinsten evenwel niet belast. Volgens de EC zijn
deze nationale bepalingen in strijd met de vrijheid van
vestiging van art. 49 VWEU. Omdat deze drie landen zich
niet conformeren aan het door de EC in maart 2010 (NTFR
2010/1513, met commentaar Egelie) met redenen omkleed
advies, is besloten om de zaken voor het EU-hof te
brengen.
13-12-2010 Belastingplichtige woont in
Nederland en niet op Bonaire
Belanghebbende heeft zich naar de fiscus gepresenteerd
als buitenlands belastingplichtige. Hij zou op Bonaire
wonen. Bij de FIOD heeft belanghebbende echter toegegeven
in Nederland te wonen. De inspecteur is bij de
vaststelling van de aanslag IB 2002 ervan uitgegaan dat
belanghebbende binnenlands belastingplichtig is en heeft
loon uit dienstbetrekking met een Nederlandse werkgever
in het belastbare inkomen begrepen. Belanghebbende is
voor 2002 ook door Bonaire in de heffing betrokken. Het
hof is op basis van het FIOD-onderzoek van oordeel dat
belanghebbende naar nationaal recht in Nederland woont.
Ook voor de toepassing van de BRK dient belanghebbende
als inwoner van Nederland te worden aangemerkt. De
inspecteur heeft terecht het loon belast. Voor een aftrek
van hypotheekrente ter zake van een mogelijke
woning op Bonaire, bestaat volgens het hof geen
grond, omdat geen sprake is van een eigen woning in de
zin van de eigenwoningregeling. Evenmin bestaat recht op
aftrek van vrijwillige AOW/Anw-premies, omdat die premies
niet in 2002 zijn betaald, dan wel verrekend, ter
beschikking zijn gesteld of rentedragend zijn geworden.
De door belanghebbende geclaimde aftrek ter zake van
kort gezegd fiscale transparantie van
rechtspersonen met natuurschoonwetlandgoederen als
bedoeld in art. 10.9 Wet IB 2001 strandt ten slotte
eveneens, omdat belanghebbende ten tijde van de
rangschikking van het desbetreffende landgoed geen
aandeelhouder van de vennootschap was.
13-12-2010 Wijziging risicoprofiel van
beleggingen bij pensioen in eigen beheer kan grote
fiscale gevolgen hebben
Voor de vervanging van bedrijfsmiddelen en andere
vermogensbestanddelen dan bedrijfsmiddelen -zoals
bijvoorbeeld voorraden- bestaat een faciliteit waarbij
fiscale afrekening over de boekwinst op het vervreemde
vermogensbestanddeel achterwege blijft: ?de ruilgedachte?
of ?reserveren met een beroep op de ruilarresten?. Het is
daarbij wel vereist dat op het moment van vervreemding
van het vermogensbestanddeel een concreet plan tot
herinvestering bestaat en dat het nieuwe
vermogensbestanddeel functioneel en economisch dezelfde
plaats inneemt als het vervreemde vermogensbestanddeel.
Dit laatste luistert heel nauw zo blijkt uit een recent
arrest van de Hoge Raad over een directiepensioenfonds.
Het fonds voerde de pensioenregelingen van enkele
directeuren-grootaandeelhouders uit en had na
pensionering van de laatste actieve dga in 2005 op
aandringen van haar vermogensbeheerder (een bank) het
risicoprofiel van de beleggingsportefeuille naar beneden
bijgesteld. Het fonds verkocht vrijwel haar gehele
portefeuille en verving deze door effecten met een
defensiever beleggingsprofiel. Dat pakte fiscaal
desastreus uit. Het fonds moest fiscaal afrekenen over de
behaalde boekwinst. De vervangende effecten namen juist
door hun andere risicoprofiel in het vermogen van het
fonds economisch niet dezelfde plaats in als de vervangen
effecten.
13-12-2010 Bankgeheim binnen EU op laatste benen
De Ecofin Raad heeft op 7 december 2010 goedkeuring
gegeven aan de compromistekst voor de Administratieve
samenwerkingsrichtlijn die de nieuwe basis gaat vormen
voor de onderlinge gegevensuitwisseling tussen de
belastingdiensten van de EU-lidstaten. De Europese
Commissie had op 2 februari 2009 een voorstel voor deze
richtlijn opgesteld. Op grond van de aangenomen richtlijn
zullen de belastingdiensten van de EU-lidstaten straks
meer dan voorheen fiscale gegevens automatisch
uitwisselen zoals over arbeidsinkomsten en
levensverzekeringsuitkeringen. De niet automatisch
uitgewisselde inlichtingen kan de belastingdienst van de
ene lidstaat bij de belastingdienst in de andere lidstaat
opvragen, waarbij laatstbedoelde fiscus dan verplicht is
om die inlichtingen te verstrekken. Een gevolg van deze
richtlijn is een inlichtingenuitwisseling niet meer kan
worden beperkt door het bestaan van een bankgeheim binnen
de Europese Unie. Het bankgeheim van Luxemburg en
Oostenrijk geldt daarom straks niet meer in de
betrekkingen tussen de belastingautoriteiten van de
lidstaten. De beoogde datum van inwerkingtreding van de
richtlijn is 1 januari 2011.
29 november 2010A-G heeft
Europeesrechtelijke twijfel over verzekeringsplicht van
in Spanje wonende Nederlandse scheepwerktuigkundige
Belanghebbende, een Nederlander, woont in Spanje. Hij
staat in dienstbetrekking bij een in Nederland gevestigde
vennootschap, maar verricht zijn arbeid buiten Nederland.
Hij werkt als scheepwerktuigkundige aan boord van
zeeschepen die varen onder Nederlands-Antilliaanse vlag.
In geschil is of belanghebbende
verplicht verzekerd is voor de Nederlandse
volksverzekeringen.
Het hof heeft die vraag ontkennend
beantwoord.
A-G Van Ballegooijen constateert
allereerst dat partijen eenparig van oordeel zijn dat de
Spaanse sociale wetgeving toepassing mist. Vervolgens
stelt hij vast dat belanghebbende in Nederland niet als
verzekerde geldt ingevolge de volks- en
werknemersverzekeringswetten (in materiële zin).
Hierdoor rijst de vraag of dat inhoudt dat belanghebbende
niet onder de personele werkingssfeer van de Verordening
valt. Op grond van het Besluit zeevarenden van het Lisv
wordt belanghebbende in het onderhavige jaar namelijk
aangemerkt als verzekerde voor de
werknemersverzekeringswetten. A-G Van Ballegooijen vraagt
zich af of het beleid van het Lisv met zich brengt dat
belanghebbende onder de personele werkingssfeer van de
verordening valt en daarom tevens verzekerd is voor de
volksverzekeringen. De definitie van wat de verordening
verstaat onder wetgeving is namelijk zeer
ruim. Naar de opvatting van A-G Van Ballegooijen moeten
de regels van beleid van de autoriteit die belast is met
de uitvoering van de socialezekerheidswetgeving, zoals
het Besluit zeevarenden van het Lisv, onder wetgeving
geschaard worden. Dit betekent dat belanghebbende binnen
de personele werkingssfeer van de verordening valt.
Indien wordt aangenomen dat
belanghebbende op grond van Spaanse
socialezekerheidswetgeving niet verzekerd is en wel in
Nederland op grond van Nederlandse
socialezekerheidswetgeving (wetgeving in de zin van de
verordening), ontstaat een situatie die niet geheel
vergelijkbaar is met de situatie in het arrest Aldewereld.
Toch bestaan er volgens A-G Van Ballegooijen
gelijkenissen. Er is in beide gevallen sprake van een
grensoverschrijdende EU-situatie die valt onder de
personele werkingssfeer van de verordening. Bovendien
heeft de arbeidsverhouding van belanghebbende, evenals
die van Aldewereld, nauwe aanknopingspunten met het
grondgebied van de Unie: de vestiging van de werkgever in
een lidstaat en de aansluiting van de werknemer bij een
stelsel van sociale zekerheid van datzelfde land.
A-G Van Ballegooijen stelt vervolgens
dat blijkens vaste jurisprudentie van het HvJ EU uit het
systeem van de verordening volgt dat in dat geval de
aanwijsregels beletten dat personen die binnen de
werkingsfeer van de verordening vallen, geen enkele
socialezekerheidsbescherming genieten wegens het
ontbreken van een toepasselijke wettelijke regeling (een
negatief wetsconflict). In dat geval prevaleert in lijn
met het arrest Aldewereld de sociale wetgeving van de
werkstaat boven die van de woonstaat. Het is in dat geval
Nederland, de vestigingsstaat van de werkgever van
belanghebbende, dat is aangewezen om belanghebbende
sociaal te beschermen, en niet het woonland Spanje. Het
woonplaatsvereiste dat is opgenomen in art. 12 BUB
volksverz. 1999 lijkt dan volgens A-G Van Ballegooijen in
het onderhavige geval te moeten wijken, zodat het artikel
niet alleen socialezekerheidsbescherming biedt aan
ingezeten zeevarenden die onafgebroken ten minste langer
dan drie maanden uitsluitend buiten Nederland werkzaam
zijn in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever,
maar ook aan een zeevarende zoals belanghebbende die
ingezetene is van een andere lidstaat. Ten aanzien van
het laatste houdt A-G Van Ballegooijen echter gerede
twijfel.
De conclusie strekt tot het schorsen van
het geding en tot het verzoeken aan het HvJ EU om een
prejudiciële beslissing te nemen op de voet van art. 234
EG-Verdrag.
28-10-2010 Franse heffing over onroerende
zaken verenigbaar met EER-Overeenkomst
Établissements Rimbaud, met zetel in Liechtenstein,
bezit een onroerende zaak in Frankrijk. Op grond hiervan
is zij ingevolge art. 990 D van de Franse Code général
des impôts (CGI) in principe onderworpen aan de
belasting van 3% over de marktwaarde van in Frankrijk
gelegen onroerende zaken. De Franse belastingdienst heeft
de betrokken belasting van de vennootschap ingevorderd,
in eerste instantie voor de periode van 1988 tot 1997 en
later voor de periode van 1998 tot 2000. Rimbaud heeft
beroep aangetekend tegen de afwijzing van haar verzoeken
om vrijstelling van de omstreden belastingheffing. Nadat
haar beroepen door de Tribunal de grande instance
dAix-en-Provence en daarna door de Cour
dappel dAix-en-Provence waren afgewezen,
heeft de vennootschap cassatieberoep ingesteld bij de
Cour de cassation. In het kader van de behandeling van
dit cassatieberoep heeft de Cour de cassation het Hof
prejudiciële vragen gesteld over de uitleg van art. 40
EER-Overeenkomst. Verzet zich dit artikel tegen een
wettelijke regeling als die in de art. 990 D volgens
welke vennootschappen met zetel in Frankrijk zijn
vrijgesteld van de belasting van 3%, terwijl deze
vrijstelling voor vennootschappen met zetel in een land
van de Europese Economische Ruimte dat geen lid is van de
Europese Unie, afhankelijk is van het bestaan van een
tussen Frankrijk en deze staat gesloten overeenkomst
inzake administratieve bijstand ter bestrijding van
belastingontduiking en -ontwijking. Het Hof verwijst naar
het arrest Elisa (HvJ EU 11 oktober 2007, zaak C-451/05,
NTFR 2007/1926) en concludeert dat art. 990 D (CGI) een
beperking vormt die in strijd is met het vrije
kapitaalverkeer. Immers de in het GGI geregelde
vrijstelling is voor de in Liechtenstein gevestigde
vennootschappen afhankelijk gesteld van een tussen
Frankrijk en Liechtenstein gesloten overeenkomst inzake
administratieve bijstand. Nu Frankrijk en Liechtenstein
een dergelijke overeenkomst niet hebben gesloten worden
in Liechtenstein gevestigde vennootschappen automatisch
uitgesloten van de vrijstelling, waardoor het voor deze
vennootschappen minder aantrekkelijk is in Frankrijk in
onroerende zaken te investeren. Het Hof vindt echter een
rechtvaardiging vanwege de bestrijding van
belastingfraude en de noodzaak om de doeltreffendheid van
de fiscale controles te waarborgen. Immers nu Verordening
77/799 niet van toepassing is tussen de lidstaten van de
EER en Liechtenstein heeft Frankrijk niet de mogelijkheid
om van de belastingautoriteiten van Liechtenstein de
inlichtingen te krijgen die noodzakelijk zijn voor een
doeltreffende controle van de door de belastingplichtige
vennootschappen verstrekte gegevens.
11-10-2010 Wijzigingen in de Franse wet
per 1 januari 2011
Het "projet de loi de finances pour 2011" is
gepubliceerd. De belangrijkste gevolgen voor Nederlanders
in Frankrijk zijn:
- Er kan geen voordeel meer worden behaald door het
trouwen, aangaan van een PACS of scheiden in een jaar.
- De plus-value op aandelen is vanaf de eerste euro
belast. Voorheen was de eerste &euro 25.830
vrijgesteld van belastingheffing
- De plus-value op deze aandelen wordt ook nog eens
verhoogd naar 19% (was 18%). De sociale premies blijven
12,1%.
- Hoogste belastingtarief wordt verhoogd naar 41% (was 40%)
- De bevrijdende voorheffing op dividenden en rente gaat
naar 19% (was 18%)
- De plus-value op onroerend goed gaat naar 17% (was 16%),
aangevuld met de reeds bestaande 12,1% sociale premies
- De credit d'impôt op dividenden wordt afgeschaft (was
maximaal &euro 230 voordeel voor een koppel)
- De credit dimpôt op de hypotheekrente wordt afgeschaft.
In de plaats komt een grotere vorm van renteloze leningen
- De credit d'impôt op de aanschaf van zonne-energie is
vanaf 28 september verminderd naar 25% (was 50%)
- De belastingschijven zijn aangepast aan de inflatie
07-09-2010 Gepensioneerde Nederlander
woont niet in Zwitserland maar in Nederland
Belanghebbende, een gepensioneerde Nederlander, is door
de inspecteur als binnenlands belastingplichtige
aangeslagen naar een belastbaar inkomen van ruim 30
miljoen gulden. Daarin is begrepen winst uit aanmerkelijk
belang ter zake van de vervreemding van aandelen in een
Nederlandse bv. Belanghebbende stelt zich op het
standpunt dat hij in het onderhavige jaar niet in
Nederland woonde maar in Zwitserland. Het hof deelt die
visie niet. Gelet op de feiten en omstandigheden van dit
geval concludeert het hof dat belanghebbende niet alleen
voor toepassing van het Nederlandse nationale
belastingrecht zijn woonplaats in Nederland had, maar ook
in het kader van verdragstoepassing. Dit ondanks het feit
dat belanghebbende ook in Zwitserland een duurzame
woongelegenheid had. De omstandigheid dat de inspecteur
in het verleden de aangiftes van belanghebbende, waarin
was uitgegaan van buitenlandse belastingplicht, heeft
gevolgd, is onvoldoende voor een geslaagd beroep op het
vertrouwensbeginsel. Met betrekking tot de omvang van de
aanmerkelijkbelangwinst oordeelt het hof, anders dan
belanghebbende bepleit, dat de historische kostprijs van
de aandelen als verkrijgingprijs heeft te gelden.
18-8-2008 Buitenlandse belastingplichtige
heeft op grond van Schumacker-arrest recht op middeling
Belanghebbende woont in België en geniet in de
onderhavige jaren zijn gehele wereldinkomen in Nederland.
Belanghebbende heeft een verzoek gedaan tot middeling
over de jaren 2001 tot en met 2003. Rechtbank Breda heeft
geoordeeld dat belanghebbende daar op grond van de wet
geen recht op heeft omdat hij voor de jaren 2001 en 2002
niet heeft gekozen voor de behandeling als binnenlands
belastingplichtige. Ook op grond van het Schumacker-arrest
kan geen middelingsteruggaaf worden gegeven omdat het
volgens de rechtbank in het onderhavige geval geen
persoonsgebonden aftrekpost betreft. Voorts acht de
rechtbank de in art. 2.5 Wet IB 2001 opgenomen voorwaarde
proportioneel en niet in strijd met Europees recht.
Het hof is het niet eens met deze
oordelen van de rechtbank. Volgens het hof wordt de
draagkracht van een niet-ingezetene die nagenoeg zijn
gehele wereldinkomen in de werkstaat verdient niet alleen
door persoonsgebonden aftrekposten bepaald, maar ook door
andere elementen (vgl. arrest Renneberg), zoals in het
onderhavige geval het feit dat de inkomens van
belanghebbende in achtereenvolgende jaren sterk
fluctueren. Belanghebbende heeft recht op toepassing van
de middelingsregeling. Dat hij in twee van de drie jaren
niet heeft gekozen voor de behandeling als binnenlands
belastingplichtige staat daar volgens het hof niet aan in
de weg. Het hof onderschrijft op dat punt de conclusie
van A-G Ruiz-Jarabo Colomer in de zaak Gielen dat art. 43
EG-Verdrag zich verzet tegen een nationale regeling die
leidt tot discriminatie van niet-ingezetenen, ook indien
de buitenlandse belastingplichtige de mogelijkheid heeft
gehad ervoor te kiezen behandeld te worden als een
binnenlandse belastingplichtige, maar van die
mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt.
19-07-2010 Verdragsbijdrage art. 69 Zvw
niet in strijd met Vo. 1408/71 of EU-recht
Van Delft en vijf anderen, allen Nederlandse
staatsburgers die wonen in respectievelijk Spanje,
Frankrijk, België en Malta, zijn rechthebbenden op een
Nederlands AOW-pensioen of een Nederlandse WAO-uitkering.
Vóór 1 januari 2006 waren zij niet verzekerd voor de
ZFW en de AWBZ en hadden daarom particuliere
ziektekostenverzekeringen afgesloten. Door de
inwerkingtreding van de Zvw hebben betrokkenen op grond
van art. 28 en 28bis Vo. 1408/71 in hun woonland recht op
ziektekostenverstrekkingen ten laste van Nederland. Zij
dienen zich daartoe in te schrijven bij het orgaan van
hun woonland. In Nederland zijn zij een zogenoemde
verdragsbijdrage verschuldigd op grond van art. 69 Zvw.
Hun particuliere verzekering werd van rechtswege
beëindigd. Van Delft e.a. betwisten met name de betaling
van de verdragsbijdrage en zijn van mening dat art. 28 en
28bis Vo. 1408/71 geen dwingende bepalingen bevatten op
grond waarvan zij onder het verstrekkingenregime van het
woonland vallen. De CRvB heeft prejudiciële vragen
gesteld. A-G Jääskinen is van oordeel dat de bepalingen
van de verordening dwingend zijn. De werking van de
bepalingen van art. 28 en 28bis Vo. 1408/71 zijn niet
afhankelijk van de inschrijving bij het orgaan van de
woonplaats. Die inschrijving is slechts een
administratieve formaliteit. Er is geen beletsel tot
inhouding van de verdragsbijdrage op grond van art. 33 Vo.
1408/71. De advocaat-generaal ziet ook geen strijdigheid
met art. 18 en 39 EG-Verdrag. Wel ziet hij een mogelijke
discriminerende werking op grond van art. 2.5.2 Izvw,
namelijk het van rechtswege beëindigen van de
particuliere verzekering. Dit aspect zal echter de
nationale rechter moeten beoordelen.
09-07-2010 Feitelijke leiding in Nederland:
binnenlandse belastingplicht
Belanghebbende is een nv die op verzoek van natuurlijk
persoon A is opgericht in Curaçao. Haar activiteiten
bestaan uit het verhuren van een woning in Nederland met
inboedel en een sloep met ligplaats bij de woning aan A,
die belanghebbende van A heeft gekocht.
Hof Amsterdam heeft aannemelijk geacht dat, in
samenhang met de aard van de activiteiten en de plaats
waar deze worden verricht, de feitelijke leiding van de
ondernemingsactiviteiten van belanghebbende bij A heeft
berust. Gelet op de omstandigheid dat belanghebbende is
opgericht te Curaçao en dat de feitelijke leiding zich
in Nederland bevindt, is belanghebbende zowel inwoner van
Nederland als van de Nederlandse Antillen. Nu het hof
aannemelijk acht dat de feitelijke leiding van
belanghebbende zich in Nederland bevindt, is
belanghebbende door de inspecteur terecht als onbeperkt (binnenlands)
belastingplichtig aangemerkt. Belanghebbende heeft geen
aangiftebiljetten ingediend, waardoor de inspecteur de
belastbare bedragen ambtshalve heeft moeten vaststellen.
Mede gelet op de door belanghebbende zelf gecreëerde
onduidelijkheid omtrent haar activiteiten is door de
inspecteur een redelijke schatting gemaakt van haar
belastbare inkomsten.
10-06-2010 EC verzoekt Luxemburg om wijziging van de
discriminerende bepalingen van de erfbelasting
De Europese Commissie heeft Luxemburg verzocht om
wijziging van de wetgeving op erfbelasting. Volgens de
Luxemburgse wetgeving wordt van niet-ingezeten erfgenamen
extra garanties gevraagd tot betaling van de erfbelasting
voordat zij zich de goederen van de erfenis kunnen toe-eigenen.
Bij ingezetenen worden geen aanvullende eisen gesteld
omdat de Luxemburgse regering in die situatie
invorderingsmaatregelen kan treffen op de roerende en
onroerende goederen. Volgens de EC is er verschil in
behandeling tussen ingezetenen en niet-ingezetenen en is
dit onderscheid ten minste disproportioneel en daarom in
strijd met vrij kapitaalverkeer van art. 63 VWEU.
23-03-2010 Nederlands urencriterium voor
buitenlandse ondernemers in strijd met EU-recht
Het Hof van Justitie EU heeft op 18 maart 2010 beslist
dat een voor buitenlandse belastingplichtigen geldende (beperkende)
Nederlandse wetsbepaling over het urencriterium in strijd
is met de vrijheid van vestiging uit het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dat
is óók het geval als een buitenlandse
belastingplichtige kan kiezen om fiscaal te worden
behandeld als een binnenlandse belastingplichtige. In de
Nederlandse regeling over het urencriterium kunnen
buitenlandse belastingplichtigen de in een andere
lidstaat gewerkte uren niet meetellen om in aanmerking te
komen voor diverse fiscale ondernemersfaciliteiten zoals
de zelfstandigenaftrek. Deze regeling werkt daarom in het
nadeel van hoofdzakelijk deze belastingplichtigen. Naar
het oordeel van het HvJ EU levert een dergelijke regeling
daarom een indirecte discriminatie op grond van
nationaliteit in de zin van het VWEU op. Op 27 oktober
2009 had Advocaat-Generaal Ruiz-Jarabo Colomer al in
dezelfde zin geconcludeerd.
Bron: Hof van Justitie EU, 18-3-2010, nr. C-440/08 (de
zaak Gielen).
23-03-2010 Europese Commissie acht Nederlandse
exitheffing voor ondernemingen in strijd met EU-recht
Nederland, België en Denemarken hebben bepalingen in hun
belastingwetgeving, die leiden tot een onmiddellijke
eindafrekening (exitheffing) over meerwaarden op activa
als ondernemingen hun zetel (woonplaats of
vestigingsplaats) of activa naar een andere lidstaat
verplaatsen. Volgens de Europese Commissie zijn deze
bepalingen onverenigbaar met het EU-verdrag, in het
bijzonder met de verdragsbepaling over de vrijheid van
vestiging. De Europese Commissie heeft deze landen daarom
officieel verzocht om deze bepalingen te wijzigen
waardoor geen onmiddellijke eindafrekening meer volgt,
maar de meerwaarden pas in de belastingheffing worden
betrokken op het tijdstip dat de meerwaarden
daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Bron: Europese Commissie, 18-3-2010, nr. IP/10/299,
referentienummer 2008/2207.
08-02-2010 Gevolgen arrest Nikula voor de
heffing van ziektekostenpremies voor
dubbelgepensioneerden
De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit
uitgebracht over de gevolgen van het arrest Nikula (NTFR
2007/571) voor de heffing van Nederlandse
ziektekostenpremies van dubbelgepensioneerden. De
staatssecretaris legt zich neer bij de uitspraak van Hof
Den Bosch 10 juli 2009, nr. 08/00298, NTFR 2009/1903. In
deze uitspraak besliste het hof, in navolging van het Hof
van Justitie EG in de zaak Nikula, dat van een inwoner
van Nederland met zowel een Nederlands wettelijk pensioen,
als een wettelijk pensioen uit een andere lidstaat, niet
meer aan Nederlandse ziektekostenpremies mag worden
geheven, dan de hoogte van het Nederlandse wettelijke
pensioen. De staatssecretaris beschrijft de gevolgen van
het arrest Nikula voor zowel situaties vóór als
situaties na de invoering van de Zorgverzekeringswet en
geeft voor beide situaties een illustratief voorbeeld. De
gevolgen van het arrest zijn vooralsnog niet toepasbaar
onder Verordening 883/2004. Het besluit werkt terug tot
en met 18 juli 2006.
De Verordening 883/2004 treedt in werking
per 1 mei 2010.
11-01-2010 Woonlandfactor Frankrijk sterk
omhoog
De woonlandfactor van Frankrijk is sterk gestegen. De
woonlandfactor is de uitkomst van de gemiddelde kosten in
een verdragsland, gedeeld door de gemiddelde kosten per
verzekerde in Nederland.
De woonlandfactor is in 2010 vastgesteld op 0,7747. In
2009 was dit nog 0,679.
De kosten voor een gepensioneerd kunnen hierdoor maximaal
met zo'n &euro 1.400 per jaar stijgen!
10-12-2009 Naheffingsaanslag BPM is in
strijd met het communautaire evenredigheidsbeginsel
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag BPM opgelegd
omdat tijdens controles is gebleken dat zij in Nederland
met een personenauto voorzien van Duits kenteken gebruik
maakte van de openbare weg.
Het hof komt op basis van de feiten en
omstandigheden, in navolging van de rechtbank, tot het
oordeel dat belanghebbende tijdens de controles in
Nederland woonachtig was, zodat de inspecteur naar
nationaal recht bezien terecht de naheffingsaanslag heeft
opgelegd.
Het hof is evenwel van oordeel dat de opgelegde
naheffingsaanslag in strijd is met het communautaire
evenredigheidsbeginsel, nu de van belanghebbende geheven
belasting in het geheel niet evenredig is aan de
gebruiksduur van de auto in Nederland. Uit HR 14 november
2008, nr. 40.597bis, NTFR 2008/2256, volgt dat de
naheffingsaanslag dan moet worden vernietigd, omdat de
Wet BPM in 2006 niet in een evenredige heffing voorziet.
28 oktober 2009 Hogere premies aanvullende
verzekeringen in 2010
De premies voor de aanvullende verzekeringen in 2010
zullen minimaal met zo'n 4% stijgen.
28 oktober 2009 Verdere verzwaring ten
aanzien van de sociale lasten
De beleggingen die nu nog profiteren van een vrijstelling
van de sociale lasten (12,1%), verliezen vanaf 1 januari
2010 deze vrijstelling. Een voorbeeld zijn de uitkeringen
van de assurance vie. Ook bij de verkoop van aandelen is
er direct de 12,1% verschuldigd (terwijl er nu nog een
vrijstelling is over de eerste &euro 25.730 aan
verkopen).
28 oktober 2009 Frankrijk voert nieuwe
belasting in per 1 januari 2010
Vanaf 1 januari 2010 zal de taxe carbone worden ingevoerd.
De prijzen voor benzine, diesel, gas, olie en kolen
zullen hierdoor verhoogd worden. Voor Frans ingezetenen
zal er recht komen op een credit d'impot in verband met
een compensatie voor de hogere lasten. Deze nieuwe
belasting valt samen met enkele andere verhogende
factoren voor de brandstofprijzen.
27 oktober 2009Nederland moet
zelfstandigenaftrek ook verlenen zonder keuze voor
behandeling als binnenlandse belastingplichtige
Gielen woont en werkt als zelfstandige in Duitsland waar
hij een glastuinbouwbedrijf uitoefent. Zijn bedrijf heeft
een vaste inrichting in Nederland waar perkplanten worden
gekweekt. In 2001 geniet Gielen een winst van &euro
11.577 uit zijn Nederlandse onderneming. Omdat hij minder
dan 1.225 uren aan de Nederlandse onderneming had besteed,
voldeed hij niet aan de voorwaarden van de
zelfstandigenaftrek.
Hof Den Bosch bepaalt in hoger beroep
dat Gielen recht heeft op aftrek, maar slechts naar het
aandeel van zijn Nederlandse winst op de totale winst.
Gielen stelt tegen deze uitspraak beroep in cassatie in,
omdat hij vindt dat hij recht heeft op het over
uitsluitend de Nederlandse winst berekende bedrag aan
zelfstandigenaftrek.De Hoge Raad vraagt aan het Hof van
Justitie EG of de mogelijkheid voor een buitenlandse
belastingplichtige om te kiezen voor behandeling als
binnenlandse belastingplichtige de discriminatie in de
Nederlandse wetgeving opheft.
Advocaat-generaal Colomer acht de
prejudiciële vraag ontvankelijk. De advocaat-generaal
gaat vervolgens na of de Nederlandse regeling met
betrekking tot de zelfstandigenaftrek in strijd is met
art. 43 EG (vrijheid van vestiging). Dat is zijns inziens
inderdaad het geval. De binnenlandse belastingplichtige
mag zowel de Nederlandse als de buitenlandse uren laten
meetellen voor het urencriterium, terwijl voor de
buitenlandse belastingplichtige alleen de Nederlandse
uren meetellen. Vervolgens onderzoekt hij of de
mogelijkheid van keuze voor behandeling als binnenlandse
belastingplichtige (art. 2.5 Wet IB 2001) dit onderscheid
neutraliseert. De advocaat-generaal is principieel van
mening dat het onacceptabel is om een belastingplichtige
te laten kiezen tussen een onrechtmatige en een
rechtmatige regeling. Vervolgens onderzoekt hij de
Nederlandse keuzeregeling, omdat Gielen verdedigt dat
zowel in administratief opzicht als wat de
belastingheffing betreft de keuzeregeling niet tot een
gelijk resultaat leidt als voor binnenlandse
belastingplichtigen. De advocaat-generaal is van mening
dat de keuzeregeling extra kosten meebrengt. Omdat er
discussie is over de berekening van de
zelfstandigenaftrek als gevolg van de keuzeregeling,
vindt de advocaat-generaal dat de verwijzende rechter
moet beoordelen of op dit punt een onderscheid bestaat.
De advocaat-generaal oordeelt vervolgens
dat het bestaan van een keuzeregeling een lidstaat geen
vrijbrief geeft om discriminerende bepalingen in de
wetgeving op te nemen. Hij concludeert ten slotte dat de
keuzeregeling de beperking van de vrijheid van vestiging
niet opheft.
2 september 2009 Premie volksverzekeringen
mag niet hoger zijn dan Nederlandse uitkering
Belanghebbende woont sinds 1993 in Nederland en heeft tot
1996 in Duitsland in loondienst gewerkt. In 2003 ontving
belanghebbende AOW en ontving hij uit Duitsland
Altersrente en Betriebsrente. In
geschil is of en tot welk bedrag Nederland premie
volksverzekeringen mag heffen.
Het hof volgt Rechtbank Breda (NTFR 2008/1017) in haar
beslissing dat geen enkele bepaling van Verordening 1408/71
Nederland verbiedt premie volksverzekeringen te berekenen
over het wereldinkomen. Belanghebbende moet over zijn
gehele wereldinkomen socialeverzekeringspremies betalen,
maar die mogen niet hoger zijn dan de aan belanghebbende
uitbetaalde AOW-uitkering. De stelling van de inspecteur
dat art. 33 Vo. 1408/71 niet aan de orde kan komen omdat
art. 13 Vo. 1408/71, dat geen plafond kent, daarop
voorgaat, wordt door het hof verworpen, nu art. 33 Vo.
1408/71 onder titel III van de Verordening valt die
strekt tot het geven van bijzondere bepalingen. De
artikelen onder deze titel gelden dan ook voor de gehele
verordening.
3 augustus 2009 www.zorgresortfrankrijk.nl
: Duurzaam gelukkig wonen in uw eigen huis in Frankrijk
Droomt u van een fijne oude dag in Zuid-Frankrijk? Het
heerlijke klimaat, het lekkere eten, de prachtige natuur?
Wilt u ergens wonen waar u kunt wandelen, zwemmen,
tennissen en uitstapjes maken, met alle faciliteiten
onder handbereik?
Er wordt een levensloopbestendig wooncomplex in de Midi
ontwikkeld. Een park met moderne woningen en alles wat u
nodig hebt om uw leven lang te kunnen blijven genieten
van het heerlijke leven in Zuid-Frankrijk.
Het nieuwe wooncomplex is beslist geen gewoon
vakantiepark of een Nederlandse 'kolonie'. U kunt het 't
beste vergelijken met een modern internationaal dorp met
energiezuinige villa's, vrijstaande bungalows en
geschakelde vakantiewoningen.
Het bijzondere van dit specifieke complex is dat er naast
lokaal Frans personeel óók altijd altijd
Nederlandstalige begeleiding beschikbaar is. Niet alleen
van het management, maar ook in ondersteunende functies.
Dus mocht u ooit - tijdelijk of permanent - hulp nodig
hebben, dan krijgt u gewoon een Nederlands sprekende
verzorgende, verpleegkundige of huishoudster over de
vloer.
Wel de lusten, niet de lasten
U woont voor 100% in Frankrijk, met buren van
verschillende nationaliteiten, in een zeer Franse sfeer
en met een Frans ritme. Maar als het u of uw partner
fysiek even wat minder gaat, kunt u ter plekke
terugvallen op de professionele zorg en ondersteuning
volgens de Nederlandse normen
Bovenstaande tekst is afkomstig van de
website www.zorgresortfrankrijk.nl. Er wordt gevraagd om
aan een marktonderzoek mee te werken. Met het invullen
van de enquête kunt u bovendien een vakantie winnen.
27 juli 2009 Nieuwe internationale regels
voor sociale zekerheid
De sociale zekerheidspositie van grensoverschrijdende
werknemers en zelfstandigen wordt momenteel geregeld door
de EG-verordening 1408/71. Deze verordening zal naar
verwachting volgend jaar worden vervangen door een nieuwe
verordening die een aantal belangrijke wijzigingen met
zich meebrengt en als doel heeft de sociale
zekerheidspositie van werknemers en zelfstandigen te
moderniseren, vereenvoudigen en verduidelijken.
De sociale zekerheidspositie van grensoverschrijdende
werknemers wordt momenteel geregeld door de EG-verordening
1408/71. Deze verordening zal naar verwachting volgend
jaar worden vervangen door een nieuwe verordening die een
aantal belangrijke wijzigingen met zich meebrengt en als
doel heeft de sociale zekerheidspositie van werknemers en
zelfstandigen te moderniseren, vereenvoudigen en
verduidelijken. Hieronder gaan wij op de belangrijkste
wijzigingen in.
Indien een persoon zowel als werknemer als zelfstandige
kwalificeert, kan op grond van de huidige verordening
onderworpenheid aan twee sociale zekerheidsstelsels
ontstaan. Onder de nieuwe verordening zal er altijd
onderworpenheid zijn aan één sociaal zekerheidstelsel.
Onder de huidige verordening kunnen werknemers die voor
maximaal 12 maanden gedetacheerd worden naar een andere
lidstaat, sociaal verzekerd blijven in hun woonland (de
uitzendende staat). In de nieuwe verordening geldt een
periode van maximaal 24 maanden. De onderling
overleg-regeling op grond waarvan een werknemer
maximaal 5 jaar in zijn woonland verzekerd kan blijven,
zal naar verwachting onveranderd in de nieuwe verordening
terugkomen.
De bepaling voor een uitzending van zelfstandigen wordt
strenger. Voor zelfstandigen zal gelden dat zij in zowel
het woon- als werkland dezelfde activiteiten moeten
verrichten. Als een zelfstandige in land A niet dezelfde
activiteiten verricht als in land B dan zal geen sprake
zijn van een uitzending.
In de nieuwe verordening is bepaald dat de werknemer bij
werkzaamheden in meerdere lidstaten waaronder het
woonland slechts in zijn woonland verzekerd is indien er
sprake is van substantiële werkzaamheden. Substantieel
betekent in dit verband minimaal 25% van het loon of de
werktijd. In de huidige verordening is dit niet geregeld.
De Nederlandse autoriteiten hanteerden hiervoor het
minimum van 1 dag per maand op regelmatige basis. Dit
nieuwe vereiste ten aanzien van de omvang geldt niet als
de werknemer in iedere werkstaat een afzonderlijke
werkgever heeft.
De nieuwe verordening brengt de invoering van een nieuw
systeem van elektronische gegevensuitwisseling tussen de
lidstaten met zich mee. Op termijn zullen de papieren E101
verklaringen dan ook worden vervangen. Het zal naar
verwachting twee jaar duren voordat daadwerkelijk in alle
lidstaten gebruik gemaakt gaat worden van deze
elektronische uitwisseling van documenten. Tot die tijd
zullen beide systemen naast elkaar blijven bestaan.
Bovenstaande wijzigingen kunnen gevolgen hebben voor
zowel werkgevers als werknemers, omdat werknemers straks
wellicht in een ander land sociaal verzekerd zullen zijn.
Er geldt wel overgangsrecht. Werknemers en zelfstandigen
die op dit moment grensoverschrijdend werken, kunnen
onder de oude verordening blijven vallen zolang hun
situatie niet wijzigt. Zij hebben echter wel de
mogelijkheid om te kiezen voor toepassing van de nieuwe
verordening indien dit gunstiger is. Het overgangsrecht
eindigt op 1 maart 2020.
Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over eventuele
wijzigingen van de toepasbaarheid van de verordening op
zogenoemde derdelanders (personen die niet de
nationaliteit van een EU-lidstaat hebben) en de
doorwerking van de verordening naar EER-landen en
Zwitserland.
De nieuwe verordening zal naar verwachting op 1 maart
2010 in werking treden.
10 juli 2009 Nieuw Besluit Bestuurlijke
Boeten Belastingdienst
Op 2 juli 2009 is het nieuwe Besluit Bestuurlijke Boeten
Belastingdienst gepubliceerd in de Staatscourant. Een
belangrijke wijziging betreft de verzwaring van de
bestuurlijke boete bij het verzwijgen van box 3-inkomen (met
name spaargelden in het buitenland). De wettelijke
vergrijpboete bij deze overtreding is met ingang van 2
juli 2009 verhoogd van maximaal 100% van de grondslag van
deze boete naar maximaal 300%. De grondslag is kort
gezegd de verschuldigde belasting over het box 3-inkomen
zoals deze bij de gewone aanslag of de navorderingaanslag
is vastgesteld. Op grond van het nieuwe besluit bedraagt
de vergrijpboete bij opzet in beginsel 150% en bij grove
schuld 75%. Bij herhaling van de overtreding kan deze
boete maximaal worden verdubbeld tot 300% respectievelijk
150%. Verder is ook het verzuimboetebeleid bij (gedeeltelijke)
niet of te late betaling van motorrijtuigenbelasting
gewijzigd. Het besluit is op 2 juli 2009 in de
Staatscourant gepubliceerd en is op 4 juli 2009 in
werking getreden
10 juli 2009 Eerste en Tweede kamer
akkoord met wetsvoorstel Reparatiewetgeving pensioen- en
lijfrenteaanspraken
De Tweede Kamer heeft op 2 juli 2009 het wetsvoorstel
Reparatie in verband met arresten van de Hoge Raad inzake
pensioen- en lijfrenteaanspraken aangenomen.
Staatssecretaris De Jager van Financiën had op 29 juni
2009 het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Het
wetsvoorstel beoogt te voorkomen dat afkoop of andere
verboden handelingen met in Nederland fiscaal
gefaciliteerd opgebouwde pensioen- en lijfrenteaanspraken
kunnen plaatsvinden zonder dat Nederland het verleende
belastinguitstel kan terugnemen.
De plenaire behandeling van het wetsvoorstel bij de
Eerste Kamer staat geagendeerd voor dinsdag 7 juli 2009.
Mocht de Eerste Kamer het wetsvoorstel op die dag
aannemen, wat reeds is gebeurd, dan heeft dit
wetsvoorstel in tijdruimte gemeten waarschijnlijk het
kortste parlementaire traject ooit afgelegd. Men kan
overigens een vraagteken plaatsen bij de zeer hoge
snelheid in het onderhavige wetgevingsproces.
In de nota naar aanleiding van het nader verslag (hierna:
de nota) is ingegaan op de reikwijdte van de
terugwerkende kracht van het wetsvoorstel tot 29 juni jl.
Samengevat komt dit op het volgende neer.
1.Emigratie vindt plaats op of na 29
juni 2009, 12.00 uur: de reparatiewetgeving is hierop van
toepassing. Emigratie heeft plaatsgevonden vóór 29 juni
2009, 12.00 uur: de reparatiewetgeving is hierop niet van
toepassing.
2.Staat de conserverende aanslag nog niet onherroepelijk
vast, dan kan met succes een beroep worden gedaan op de
arresten, waardoor de conserverende aanslag wordt
vernietigd.
Staat de conserverende aanslag wel al onherroepelijk vast,
dan zal in geval van een verboden handeling binnen de 10-jaarsperiode
wel invordering van de conserverende aanslag plaatsvinden.
De invordering blijft daarbij beperkt tot de waarde van
de afgetrokken lijfrentepremies respectievelijk de bij
toekenning vrijgestelde pensioenaanspraken. Dit valt af
te leiden uit de door de Hoge Raad in de 19 juni-arresten
aangegeven verdragsrechtelijke begrenzingen.
Ofschoon de nota daarover niets zegt, ligt het voor de
hand dat zal worden afgezien van het opleggen van een
conserverende aanslag indien op grond van de 19 juni-arresten
sprake is van treaty override (schending van de goede
verdragstrouw).
Indien de reparatiewet van toepassing is op een emigratie
en in de toekomst heeft geleid tot het opleggen van een
conserverende aanslag, dan kan bij afkoop binnen de 10-jaarsperiode
dubbele belastingheffing ontstaan. Heft de woonstaat
alleen belasting over het rente-element in de afkoopsom,
dan treedt geen dubbele belastingheffing op. De nota
bevat de toezegging dat de aanvraag voor een onderlinge
overlegprocedure zal worden gehonoreerd, wanneer de in de
conserverende aanslag begrepen grondslag in geval van
afkoop ook nog in de woonstaat wordt belast. In overleg
met de woonstaat zal dan naar een oplossing worden
gezocht.
In de nota is aangegeven op welke wijze de omvang van de
afgetrokken premies en vrijgestelde pensioenaanspraken en
-bijdragen worden bepaald indien deze gegevens niet meer
zijn te achterhalen. Bij ministeriële regeling zullen
hiervoor regels worden gesteld waarbij het de bedoeling
is de pemiehistorie forfaitair te bepalen aan de hand van
elementen als de waarde van de aanspraak ten tijde van de
emigratie, het aantal relevante opbouwjaren en een
verondersteld rendement. Belastingplichtigen krijgen de
mogelijkheid tegenbewijs te leveren.
30 juni 2009 Wetsvoorstel ter reparatie
van pensioen- en lijfrentearresten ingediend
Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft op dinsdag
29 juni 2009 het al aangekondigde wetsvoorstel Reparatie
van pensioen- en lijfrentearresten bij de Tweede Kamer
ingediend. Het wetsvoorstel beoogt te voorkomen dat
afkoop of andere verboden handelingen met in Nederland
gefaciliteerd opgebouwde pensioen- en lijfrenteaanspraken
kan plaatsvinden zonder dat Nederland het verleende
belastinguitstel kan terugnemen. Bij afkoop of andere
verboden handelingen met pensioen- en lijfrenteaanspraken
zal de heffing niet meer naar de waarde in het
economische verkeer van de pensioen- of
lijfrenteaanspraak plaatsvinden, maar naar de bedragen
waarvoor bij de verwerving van de pensioen- of
lijfrenteaanspraak een belastingvoordeel is genoten. Het
wetsvoorstel bevat een bepaling die de wetswijzigingen
terugwerkende kracht geeft tot 29 juni 2009 om 12.00 uur,
het moment van indiening bij de Tweede Kamer.
30 juni 2009 Verlaging BTW tarief op
maaltijden en niet-alcoholische versnaperingen
Na vele jaren is het dan zover, het verlaagde tarief kan
voortaan gehanteerd worden door de Franse
restauranthouders. Een aantal zaken zullen daarom
verplicht goedkoper worden, maar waarschijnlijk blijven
veel prijzen ook gelijk (wat gunstig is voor het
restaurant). Voor meer informatie: http://www.baisse-tva-restauration.fr
22 juni 2009 Naheffing BPM voor
privépersoon die met buitenlandse auto kort in Nederland
rijdt
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, heeft de auto
van een kennis van zijn vader geleend. Met dit voertuig
met Duits kenteken heeft hij in Nederland kortstondig
gebruik gemaakt van de weg. Volgens zijn verklaring heeft
hij alleen de ruiten van de auto een wasbeurt gegeven en
daarbij de belangen van de eigenaar gediend.Volgens het
Hof en Rechtbank Leeuwarden (NTFR 2007/1093) stond de
auto feitelijk ter beschikking aan belanghebbende. Niet
aannemelijk is dat belanghebbende in enige gezagsrelatie
tot de eigenaar stond op grond waarvan hij gehouden was
het wassen van de auto als een opdracht daartoe op te
vatten. Het leeftijdsverschil en de omstandigheid dat de
eigenaar en belanghebbende beiden tot de Turkse cultuur
behoren zijn daarvoor onvoldoende, aldus het hof. Verder
is het hof van oordeel dat de naheffing BPM niet in
strijd is met het EG-Verdrag, met name niet met art. 18
EG. Volgens het hof kan namelijk niet worden gezegd dat
belanghebbende of andere inwoners van Nederland, op wie
de heffing in gevallen als de onderhavige zich richt,
door die heffing worden beperkt in hun vrijheid op het
gebied van de lidstaten te reizen en te verblijven. Met
betrekking tot het evenredigheidsbeginsel is het niet aan
de rechter te beoordelen of de wetgever een heffing op
evenwichtige wijze heeft vorm gegeven en is de inspecteur
op grond van art. 3:4 Awb niet gerechtigd wettelijke
voorschriften ter zijde te stellen.
22 juni 2009 Wetsvoorstel conserverende
aanslagen pensioen en lijfrente
De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer
gemeld dat hij een wetsvoorstel zal indienen voor
conserverende aanslagen over pensioen en lijfrente bij
vertrek naar het buitenland. Hij probeert daarmee met
terugwerkende kracht tot 19 juni 2009 de gevolgen te
repareren van de arresten van die datum (zie elders in
deze uitgave).De staatssecretaris meent dat die arresten
ruimte laten om de wet zodanig te wijzigen dat
conserverende aanslagen ook mogelijk zijn onder verdragen
die al bestonden voor de invoering van het regime van de
conserverende aanslagen. Het wetsvoorstel gaat nog voor
het zomerreces naar de Tweede Kamer.
En om het niet al te grote belang nog maar
een keer te vermelden, een kopie uit de brief van de
Staatssecretaris:
Volledigheidshalve merk ik ten slotte op dat de hiervoor
bedoelde conserverende aanslagen worden opgelegd bij
vertrek naar het buitenland en alleen worden ingevorderd
bij een zogenoemde 'verboden handeling' zoals het ineens
laten uitkeren (afkopen) van het belastingvrij opgebouwde
pensioen of de lijfrente. Bij de heffing over reguliere (periodieke)
pensioen- en lijfrenteuitkeringen verandert er niets.
19 juni 2009 Conserverende aanslag over
opgebouwd pensioen in strijd met goede verdragstrouw
Belanghebbende is in 2001 geëmigreerd naar Frankrijk.
Aan belanghebbende is op grond van art. 3.83 jo. 3.146
Wet IB 2001 een conserverende aanslag IB opgelegd over de
waarde van zijn in Nederland opgebouwde pensioenaanspraak.
Bij emigratie wordt deze waarde geacht te zijn genoten op
een ondeelbaar moment voorafgaand aan de emigratie.
Zowel Rechtbank Breda als Hof Den Bosch heeft geoordeeld
dat oplegging van de conserverende aanslag in strijd komt
met de in acht te nemen goede verdragstrouw bij de uitleg
van art. 18 (pensioenen) van het belastingverdrag met
Frankrijk.
De Hoge Raad sluit zich hierbij aan. Zonder de fictie van
art. 3.83 en art. 3.146 Wet IB 2001 zouden de inkomsten
die uit de pensioenaanspraken voortvloeien, op grond van
art. 18 van het belastingverdrag, uitsluitend belastbaar
zijn in het woonland Frankrijk. Een fictie op grond
waarvan de waarde van de opgebouwde pensioenrechten (als
loon) in de Nederlandse heffing wordt betrokken op een
ondeelbaar moment voorafgaand aan de emigratie, komt in
strijd met de goede verdragstrouw.
16 juni 2009 Nieuwe regels privégebruik
in de btw?
Op 8 en 9 juni heeft de Ecofin Raad vergaderd. De Ecofin
Raad heeft onder meer een aantal technische aanpassingen
van de Btw-richtlijn aangenomen. Het Europees Parlement
moet wel nog adviseren. Het belangrijkste onderdeel van
de technische aanpassingen is de reparatie van de voor de
Nederlandse Staat nadelige gevolgen van het arrest
Charles-Tijmens. Het arrest ziet op het recht op
volledige vooraftrek met betrekking tot onroerende zaken
die bestemd zijn om zowel voor zakelijke als voor
privédoeleinden te worden gebruikt. Deze volledige
aftrek wordt met deze aanpassing van de Btw-richtlijn
beperkt naar rato van het werkelijke gebruik van die zaak
voor handelingen waarop recht tot aftrek bestaat (zakelijk
gebruik) en aangevuld met herzieningsbepalingen waardoor
de aftrek door wijziging in het gebruik kan worden
gecorrigeerd.
5 juni 2009 Heffingsgrondslag in recht van
overgang deels in strijd met EG-recht
Het recht van overgang komt onder meer aan de orde bij
verkrijging door schenking of vererving van in Nederland
gelegen onroerende zaken (situsgoederen) van iemand die
ten tijde van die schenking of overlijden niet in
Nederland woonachtig was. Het Europese Hof van Justitie
had in zijn arrest van 11 september 2008 aangegeven, dat
de Nederlandse regeling voor de heffing van het recht van
overgang deels in strijd kwam met het beginsel van
vrijheid van kapitaalverkeer uit het EG-verdrag. De
erfgenamen werden namelijk zwaarder belast ten opzichte
van de situatie dat de overledene tijde van zijn
overlijden in Nederland zou hebben gewoond. De Hoge Raad
heeft onlangs met inachtneming van de richtlijnen van het
EG-Hof arrest gewezen. Daarbij heeft de Hoge Raad
aangegeven tot welk bedrag het recht van overgang mocht
worden berekend.
Opmerking
Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft op 20
april 2009 een wetsvoorstel tot vereenvoudiging en
herziening van de Successiewet bij de Tweede Kamer
ingediend. Daarbij zal het recht van overgang komen te
vervallen. De opbrengsten zijn te bescheiden (&euro 6
mln in 2007) om nog afzonderlijk regelgeving te
rechtvaardigen. Daarbij speelt ook de EU-bestendigheid
van dit type regelgeving een rol. De beoogde datum van
inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2010
en heeft betrekking op belastbare feiten die hebben
plaatsgevonden op of na deze datum. Dit leidt tot
conclusie dat -onder aanname dat het wetsvoorstel met
betrekking tot het recht van overgang niet wordt
gewijzigd en de beoogde datum van inwerkingtreding wordt
gehaald- het arrest van de Hoge Raad voor de nieuwe
gevallen op of na 1 januari 2010 niet meer van toepassing
zal zijn.
30-03-2009 Verlaging Franse belastingen
voor lage inkomens
Belastingplichtige die slechts belasting betalen in de
eerste belastingschijf, zullen door een nieuwe aanpassing
minder belasting gaan betalen. Dit is één van de
reacties van Sarkozy op de huidige crisis.
30-03-2009 2 jaar de tijd om de eigen
woning te verkopen, zonder plus-value heffing
Volgens de huidige Franse wetgeving, wordt een huis wat
langer dan één jaar leeg staat i.v.m. verkoop, niet
meer beschouwd als een hoofdverblijf voor de plus-value
heffing. Ook al is het in het verleden het hoofdverblijf
geweest, een termijn van één jaar zorgt ervoor dat de
woning als tweede woning wordt gezien.
De Franse belastingdienst heeft besloten om deze termijn
ruimer te maken, o.a. gelet op de huidige woningmarkt. U
hebt voortaan 2 jaar de tijd om het huis te verkopen,
zonder dat u woning onder de plus-value heffing valt (mits
het natuurlijk wel een hoofdverblijf is geweest).
Vooralsnog geldt dit voor de jaren 2009 en 2010.
30-03-2009 Nieuwe Europese regelgeving
omtrent de BTW vanaf 1 januari 2010
Het Ministerie van Financiën heeft een wetsvoorstel op
het gebied van het btw-pakket naar de Tweede Kamer
gezonden. Het is een omvangrijk pakket, dat grote
wijzigingen zal meebrengen in de manier waarop
grensoverschrijdende diensten vanaf 1 januari 2010 met
btw moeten worden belast. Het gaat om EU-regelgeving die
in alle EU-lidstaten per 1 januari 2010 moet zijn
geïmplementeerd.
De wijzigingen zijn in drie kaders te plaatsen:
- nieuwe regels die bepalen waar en wanneer een dienst
wordt verricht en belast;
- een nieuwe manier om buitenlandse btw terug te vragen;
- nieuwe verplichtingen in de rapportage van diensten.
Nieuwe hoofdregels per 2010
Onder de nieuwe regels die per 1 januari 2010 van kracht
worden, verandert de hoofdregel voor diensten
tussen ondernemers (B2B-diensten): als deze diensten
worden verricht aan een btw-ondernemer die in een ander
EU-land is gevestigd, zijn deze diensten belast in het
land van de afnemer. Voorheen waren deze diensten belast
in het land waar de dienstverrichter was gevestigd.
Verder wijzigt nog een aantal specifieke regels voor het
bepalen van de plaats van dienst.
Moment van belastbaarheid
Een andere wijziging geldt voor diensten waarover de
ontvanger van de dienst btw is verschuldigd op basis van
de zogenoemde verleggingsregeling. Voor deze
diensten wordt de btw per 1 januari 2010 verschuldigd in
het tijdvak van het moment waarop de dienst wordt
verricht, en niet langer in het tijdvak waarin de factuur
is uitgereikt.
Wijzigingen in de teruggaaf van buitenlandse btw
Ondernemers kunnen vanaf 2010 de buitenlandse btw die ze
betalen aan in andere EU-lidstaten gevestigde ondernemers
digitaal terugvorderen. Op dit moment gebeurt dat via de
Achtste Richtlijn teruggaaf procedures, waarbij alle
papieren documenten rechtstreeks aan de buitenlandse
fiscus moeten worden verzonden. Het verzoek om teruggaaf
van buitenlandse btw door Nederlandse ondernemers wordt
vanaf 2010 digitaal ingediend bij de Nederlandse fiscus.
Ook nieuw is dat bij te late beslissingen rente moet
worden vergoed aan de ondernemer die om teruggaaf van btw
heeft verzocht.
Listing van diensten
Behalve vereenvoudigingen brengt het btw-pakket ook
additionele administratieve verplichtingen met zich.
Vanaf 2010 dient iedere EU-ondernemer die diensten
verricht aan ondernemers in andere lidstaten waarbij de
plaats van dienst in het land van de afnemer ligt,
periodiek een lijst in te leveren. Nu is dit al verplicht
voor intracommunautaire leveringen van goederen.
27-02-2009 Zakelijke betrekkingen met
Nederland waren doorslaggevend voor fiscale woonplaats
Rechtbank Arnhem heeft in een sterk feitelijke procedure
beslist dat de zakelijke betrekkingen van een
gepensioneerde ondernemer met Nederland doorslaggevend
waren voor de vaststelling van zijn fiscale woonplaats.
De man verbleef een gedeelte van het jaar (gemiddeld zes
maanden) in Zwitserland en een gedeelte van het jaar (gemiddeld
vier maanden) in Nederland. Om te bepalen waar het
duurzame middelpunt van zijn levensbelangen zich bevond,
achtte de rechtbank in deze zaak met name het element van
de tijdsperiode die werd doorgebracht in beide landen en
het element van de zakelijke betrekkingen van
onderscheidend belang. In dit geval liet de rechtbank het
element van de zakelijke betrekkingen zwaarder wegen dan
het feit dat de man gemiddeld twee maanden per jaar meer
in Zwitserland verbleef dan in Nederland.
25-02-2009 Hoge Raad geeft
Belastingdienst gelijk inzake conserverende aanslag bij
emigratie
Sinds 1997 ontvangen aanmerkelijkbelanghouders een
conserverende aanslag wanneer zij emigreren. Daarbij
wordt de waardestijging van hun
aanmerkelijkbelangaandelen belast. Tegelijkertijd wordt
uitstel van betaling verleend. Als de
aanmerkelijkbelanghouder binnen 10 jaar zijn aandelen
vervreemdt, wordt het uitstel van betaling ingetrokken.De
Hoge Raad heeft in deze arresten beslist dat het opleggen
van een conserverende aanslag niet in strijd is met de
door Nederland met andere landen gesloten bilaterale
belastingverdragen.Daarnaast heeft de Hoge Raad gekeken
of de conserverende aanslag in strijd is met het EG-recht
(vrijheid van vestiging). Op dit punt besliste de Hoge
Raad dat de rechtsgevolgen van deze aanslagen volledig in
stand blijven.Dit betekent dat bij vervreemding binnen 10
jaar na emigratie, de ontvanger kan overgaan tot
invordering van de belasting voor aanmerkelijkbelangwinst.
Wel moet hij rekening houden met waardedalingen die na de
emigratie hebben plaatsgevonden. De Nederlandse regeling
voorzag daar al in.
06-02-2009 Franse aangifte 2008 en 2009
Was u goed op de hoogte van de Franse fiscale zaken? Dat
kan veranderd zijn, gelet op de volgende 6 wetten:
- loi sur le pouvoir d'achat du 8 février
- de modernisation du marché du travail du 25 juin
- de modernisation de l'économie du 4 août
- loi généralisant le revenu de solidarité active du 1er
décembre
- loi de finances pour 2009 du 27 décembre
- loi de finances rectificative pour 2008 du 31 décembre
Zo is de forfaitaire heffing van inkomstenbelasting op
diverse produkten van 16% verhoogd tot 18%. Vaak is de
forfaitaire heffing niet voordelig, dit dient doorgegeven
te worden aan de bank.
Ook de sociale heffing op verschillende produkten is van
11% verhoogd naar 12,1%.
Ondernemers dienen hun aangifte 2008 voor 5 mei 2009
ingediend te hebben.
Ook de BNC-ondernemers kunnen voortaan de huur in aftrek
brengen die zij aan zichzelf in rekening brengen voor het
gebruiken van een deel van de eigen woning. In de privé
aangifte dienen deze huurinkomsten wel weer opgegeven te
worden. Per saldo is het in rekening brengen van huur
echter aantrekkelijk.
Uiteraard zijn er nog diverse andere veranderingen.
In 2009 zijn er ook weer diverse zaken aangepast. Met
name de credit d'impot is weer behoorlijk aangepast,
zeker op het gebied van investeringen in onroerend goed.
27-11-2008 Franse fiscale eenheidregels
onverenigbaar met vrijheid van vestiging
Papillon is een in Frankrijk gevestigde vennootschap.
Papillon bezat 100% van het kapitaal van de Nederlandse
vennootschap Artist Performance and Communication (APC)
BV. APC bezat op haar beurt 99,99% van de aandelen van
Kiron SARL, die in Frankrijk is gevestigd. Kiron bezat op
haar beurt andere Franse vennootschappen. Vanaf 1 januari
1989 koos Papillon voor het model van de fiscale
eenheid. Papillon rekende Kiron en de verschillende
dochtermaatschappijen van Kiron die eveneens in Frankrijk
waren gevestigd tot de fiscale eenheid,
waarvan zij aan het hoofd stond. Achteraf heeft de
belastingdienst de toepassing van de regeling van de
fiscale eenheid verworpen. Daartoe voerde de
belastingdienst aan dat Papillon geen fiscale
eenheid kon vormen met vennootschappen waarvan het
aandeelhouderschap indirect via een in Nederland
gevestigde vennootschap werd uitgeoefend, daar deze
laatste in Frankrijk niet aan de vennootschapsbelasting
was onderworpen aangezien zij daar geen vaste inrichting
had. Papillon is derhalve aangeslagen op basis van haar
eigen winsten, zonder dat zij deze via de fiscale
eenheid met de resultaten van de andere
vennootschappen van de groep kon compenseren. In de
daarop volgende procedure heeft de Conseil dÉtat
het Hof van Justitie EG gevraagd of de Franse regeling
een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van vestiging
inhoudt. Het Hof komt tot de conclusie dat de Franse
regeling tot een ongelijke behandeling leidt op grond van
de plaats waar zich de zetel bevindt van de
dochtermaatschappij via welke de ingezeten
moedervennootschap de ingezeten
kleindochtervennootschappen houdt. Doordat de Franse
regels grensoverschrijdende situaties benadelen, leveren
zij een beperking op van de vrijheid van vestiging.
Voorts heeft het Hof onderzocht of deze beperking die
beoogt te verhinderen dat verliezen meermaals worden
verrekend, gerechtvaardigd is door de noodzaak de
samenhang van het belastingstelsel te waarborgen. Het Hof
erkent deze samenhang, maar vindt dat de Franse regels
verder gaan dan noodzakelijk is om deze doelstelling te
bereiken. Het Hof noemt de inlichtingenuitwisseling op
grond van de Wederzijdse bijstandsrichtlijn en het
overleggen van bewijsstukken dat er geen gevaar voor
dubbele verliesverrekening is als minder vergaande
mogelijkheden om de samenhang van het belastingstelsel te
waarborgen.
26-11-2008 Hoger bedrag belastingvrije
invoer van goederen van buiten de Europese Unie voor
reizigers
Per 1 december 2008 kunnen reizigers voor een hoger
bedrag belastingvrij goederen meenemen vanuit landen
buiten de Europese Unie. Het grensbedrag gaat voor
reizigers die met het vliegtuig of boot de EU binnenkomen
omhoog van &euro175 naar &euro430. Voor reizigers
die over land, met particuliere plezierzeevaart of
plezierluchtvaart de EU binnenkomen, geldt een lager
belastingvrij bedrag: &euro300. Ongeacht de
vervoerswijze geldt onder voorwaarden een speciaal
reizigerstarief als de waarde van gekochte goederen meer
dan &euro430 maar minder dan &euro700 bedraagt.
Neemt u in uw reisbagage waardevolle spullen mee zoals
een camera of laptop, dan is het bewijstechnisch handig
om (een kopie van) het aankoopbewijs bij u te hebben.
Voor een aantal soorten goederen (o.a. auto's,
pleziervaartuigen, cultuurgoederen en bedreigde dier- en
plantensoorten) gelden nog aanvullende regels. Voor
alcohol en tabak blijft gelden dat een beperkte
hoeveelheid belastingvrij mag worden meegenomen. Hierbij
geldt een minimum leeftijdsgrens van 17 jaar.
21-11-2008 Te laat ingediend
bezwaarschrift van recente emigrant was toch ontvankelijk
Een bezwaarschrift tegen een aanslag inkomstenbelasting
kan toch ontvankelijk zijn als de termijnoverschrijding
verschoonbaar is, dat wil zeggen dat dit verzuim de
belastingplichtige niet is aan te rekenen. Hof Amsterdam
heeft onlangs een uitspraak gedaan die van belang kan
zijn voor recentelijk vanuit Nederland geëmigreerde
personen. De procedure betrof een man die in het
voorafgaande jaar naar Spanje was geëmigreerd. Hij had
aannemelijk gemaakt dat de postbezorging op zijn Spaanse
woonadres gebrekkig verliep en dat poststukken uit
Nederland geregeld niet of vertraagd aankwamen. Het hof
vond dat in het geval waarin iemand zich betrekkelijk
kort tevoren in Spanje heeft gevestigd, deze persoon niet
valt te verwijten dat hij (nog) geen fiscaal
vertegenwoordiger in Nederland heeft aangesteld om het
risico van het niet of te laat ontvangen van
aanslagbiljetten uit te schakelen. Als het aanslagbiljet
iemand niet heeft bereikt als gevolg van omstandigheden
die niet aan hem zijn te wijten, zoals in het onderhavige
geval, moet wel zo spoedig mogelijk na kennisneming van
de aanslag in bezwaar worden gekomen. Het hof was van
mening dat de man hieraan had voldaan en verklaarde het
bezwaarschrift alsnog ontvankelijk.
22-10-2008 Nieuwe sociale zekerheid bij
grensoverschrijdend inkomen
Naar het zich laat aanzien zal over iets meer dan een
jaar de nieuwe Europese coördinatieverordening voor
sociale verzekeringen in werking treden. Deze nieuwe EG-verordening
met nummer 883/04 zal de huidige EG-verordening 1408/71
vervangen. De nieuwe verordening heeft heel wat gevolgen
voor wie grensoverschrijdend inkomen geniet, bijvoorbeeld
als grensarbeider, gedetacheerde, salary-splitter,
ondernemer, uitkeringsgerechtigde, gepensioneerde,
enzovoorts.
18-10-2008 Hulp nodig bij verkoop /
aankoop van uw Franse woning?
Waar ik tot voor kort slechts op fiscaal gebied u kon
ondersteunen bij het aankopen/verkopen van uw Franse
woning, kan ik vanaf heden u ook ondersteunen op het
gebied van de makelaardij!
Dit zal geen uitbreiding betekenen van mijn werkgebied (ik
word geen makelaar), dit zal wel betekenen dat ik mijn
cliënten nog vollediger kan ondersteunen.
Bent u op zoek naar een woning in de buurt van het mooie
en gezonde Céret (66, vlakbij Perpignan), laat het mij
dan weten. Als u een huis wilt verkopen, waar dan ook in
Frankrijk, laat het mij ook weten. Wellicht kan ik zorgen
voor een snelle verkoop.
Kijk eens op de website www.sympa-immobilier.com
08-09-2008 Beperking vrijheid van
vestiging door Franse fiscale eenheidregels, mogelijk
gerechtvaardigd
Papillon is een in Frankrijk gevestigde vennootschap.
Papillon bezat 100 % van het kapitaal van de Nederlandse
vennootschap Artist Performance and Communication (APC)
bv. APC bezat op haar beurt 99,99 % van de aandelen van
SARL Kiron, die in Frankrijk is gevestigd. Kiron bezat op
haar beurt andere Franse vennootschappen. Vanaf 1 januari
1989 koos Papillon voor het model van de 'fiscale eenheid'.
Kiron en meerdere Franse dochtervennootschappen van Kiron
werden opgenomen in de 'fiscale eenheid'. Papillon wilde
geen 'fiscale eenheid' met haar Nederlandse
dochtervennootschap. Papillon wilde alleen een
fiscale eenheid met haar Franse
kleindochtervennootschappen. Achteraf heeft de
Belastingdienst de toepassing van de regeling van de
fiscale eenheid echter verworpen. Daartoe
voerde zij aan dat Papillon geen groep kan vormen met
vennootschappen waarvan het aandeelhouderschap indirect
via een in Nederland gevestigde vennootschap wordt
uitgeoefend, daar deze laatste in Frankrijk niet aan de
vennootschapsbelasting is onderworpen en dus zelf geen
onderdeel van de 'fiscale eenheid' kan uitmaken. Papillon
is derhalve aangeslagen op basis van haar eigen winsten,
zonder dat zij deze via de fiscale eenheid
met de resultaten van de andere vennootschappen van de
groep kon compenseren. In de daarop volgende procedure
heeft de Conseil dÉtat het Hof van Justitie EG
gevraagd of de Franse regeling een ongeoorloofde
beperking van de vrijheid van vestiging inhoudt. A-G
Kokott meent dat het verschil in behandeling, op grond
van de plaats van de zetel van de dochtervennootschap,
een beperking vormt van de vrijheid van vestiging. De
uitoefening van deze vrijheid wordt namelijk minder
aantrekkelijk, zodat moedervennootschappen zouden kunnen
afzien van de verkrijging, de oprichting of het behoud
van een dochteronderneming in een andere lidstaat. Voorts
meent de advocaat-generaal dat deze beperking, die beoogt
te verhinderen dat verliezen meermaals worden verrekend,
in beginsel gerechtvaardigd is door het doel, de fiscale
samenhang te vrijwaren. De maatregel moet echter ook
voldoen aan het evenredigheidsbeginsel. Daarover meent de
advocaat-generaal dat het op basis van de beschikbare
informatie bijzonder twijfelachtig is of de absolute
weigering van een fiscale eenheid het minst ingrijpende
middel is ter verhindering van een dubbele verrekening
van verliezen.
De advocaat-generaal laat het aan de verwijzende rechter
om definitief te beoordelen of het beoogde doel
met name de dubbele verrekening van verliezen in het
kader van een fiscale eenheid te verhinderen
ook in grensoverschrijdende situaties door het
minder ingrijpende middel van de neutralisatie kan worden
bereikt.
06-09-2008 Verhuizing (binnen Céret)
achter de rug
Vanaf heden ben ik weer goed bereikbaar. Het vaste
telefoonnummer is wel gewijzigd: 0468 - 54 23 13.
11-7-2008 (Nederlandse) Hoge Raad staat
omzeiling erfbelasting toe
Een constructie voor de omzeiling van belasting op
erfenissen is rechtmatig. Dit blijkt uit twee uitspraken
van de Hoge Raad, het hoogste rechtsorgaan van Nederland,
die vrijdag zijn gedaan. De constructie hield in dat de
familie van een man bij hem een levensverzekering sloot.
Als hij voor eind 2005 zou overlijden, kregen zij in
totaal 8 miljoen gulden uit zijn vermogen. De familie
betaalde op papier verzekeringspremie met geld dat hij
hen schonk.Toen de man in 2000 overleed, werd de
verzekering uitgekeerd. Dit bedrag was belastingvrij
omdat over levensverzekeringen geen successierecht hoeft
te worden betaald. De Belastingdienst was van mening dat
de familie op ongeoorloofde wijze de belasting had
ontdoken. Hierop volgden gerechtelijke procedures die de
familie bij het gerechtshof in Den Bosch verloor, maar
vrijdag bij de Hoge Raad won.
08-07-2008 Nederlandse premieplicht voor
in Frankrijk wonende commissaris
Belanghebbende heeft de Franse nationaliteit en was
woonachtig in Nice; gedurende het desbetreffende jaar was
hij commissaris van een in Nederland gevestigde
vennootschap en omstreeks zestig dagen in Nederland
werkzaam (de overige dagen in Monaco). In geschil is of
de inspecteur het premie-inkomen juist heeft berekend.
Belanghebbende ontkent de toepasselijkheid van VO 1408/71.
Rechtbank Breda heeft het beroep gegrond verklaard. Het
hof citeert HR 12 juni 1991, nr. 24.954, BNB 1991/254. De
zestig dagen die belanghebbende in Nederland werkte lagen
regelmatig verspreid over het gehele kalenderjaar; uit
het geciteerde arrest volgt dan dat belanghebbende het
gehele jaar is verzekerd voor de Nederlandse
volksverzekeringen. Het al dan niet van toepassing zijn
van de Verordening 1408/71 is voor het oplossen van het
geschil niet van belang, nu de Verordening het
Nederlandse sociale zekerheidsstelsel zou aanwijzen.
06-07-2008 Buitenlandse ouderen in
Nederland recht op zorg?
Nederlandse 65-plussers die in een ander EU-land wonen,
kunnen voor medische zorg voortaan waarschijnlijk ook in
Nederland terecht.
Een huidig verbod daartoe vervalt als het Europees
Parlement donderdag een amendement van CDA-Europarlementariër
Ria Oomen aanneemt. Oomen rekent op goedkeuring en heeft
al een akkoord hierover met het Nederlandse ministerie
van Volksgezondheid, meldde ze zondag.
"Sinds de nieuwe zorgregels betalen Nederlandse
ouderen in bijvoorbeeld België of Duitsland hun premies
in Nederland, maar hebben enkel recht op de Belgische of
Duitse voorzieningen", aldus Oomen. "Alleen
voor spoedeisende hulp of het bezoeken van een huisarts
kan men zonder voorafgaande toestemming in Nederland
terecht." Door het amendement kunnen de 65-plussers
straks kiezen tussen behandeling in hun woonland of in
Nederland. Als ze een heup- of oogoperatie liever in
Nederland ondergaan, kan dat.
Oomen verwacht dat vooral gepensioneerden in Belgische en
Duitse grensstreken gebruik maken van de keuze. "Maar
ik kan me voorstellen dat bijvoorbeeld iemand die in
Spanje woont een heupoperatie wil ondergaan in Nederland,
waar hij hier de dokter het beste verstaat." Oomen:
"Een in Spanje wonende gepensioneerde betaalt in
Nederland zijn bijdrage, het is dan ook logisch dat hij
ook in Nederland zijn zorg kan halen.
"Het amendement staat los van een voorstel deze week
van EU-commissaris Androula Vassiliou (Gezondheid). Zij
presenteerde een wetsvoorstel waardoor Europeanen steeds
voor ambulante behandelingen in een ander EU-land terecht
kunnen, voor dezelfde vergoeding als ze in eigen land
hadden gekregen.Voor operaties zoals voor heupen is dan
nog wel toestemming nodig.
23-06-2008 Hoofdzakelijkheidscriterium
buitenlandse auto van de zaak ziet alleen op zakelijk
gebruik
De Hoge Raad heeft uitleg gegeven over het zogeheten
hoofdzakelijkheidscriterium om voor een buitenlandse auto
van de zaak in aanmerking te kunnen komen voor een
vrijstelling van belasting van personenauto's en
motorrijwielen (bpm). Het hoofdzakelijkheidscriterium
heeft alleen betrekking op het zakelijke gebruik van de
auto en houdt in dat het zakelijke gebruik van de auto
voor ten minste 70% in het buitenland moet plaatsvinden.
Aan het persoonlijke gebruik van de auto van de zaak
stelt de wet en daarop gebaseerde regelgeving geen
beperkende voorwaarden. Deze uitleg was gunstig voor een
in Nederland woonachtige internationaal accountmanager
met een auto van de zaak van haar Duitse werkgever. In de
door haar overgelegde km-schatingen over 2000 en 2001 van
zakelijk verkeer buiten Nederland respectievelijk binnen
Nederland, privé-kilometers en woon-werkverkeer zag de
Hoge Raad geen aanleiding voor het vervallen achten van
de vrijstelling bpm. De Hoge Raad vernietigde daarop de
door de inspecteur opgelegde naheffingsaanslag bpm.
10-06-2008 Conserverende aanslag in N-zaak
kan door de beugel
Deze conclusie betreft de zogenoemde N-zaak. Na
beantwoording van de prejudiciële vragen, heeft Hof
Arnhem (NTFR 2007/1679) de aan belanghebbende bij zijn
emigratie naar het Verenigd Koninkrijk opgelegde
conserverende AB-aanslag wegens strijd met art. 43 EG
vernietigd. Het hof heeft geen schadevergoeding toegekend
en een integrale proceskostenvergoeding afgewezen. Beide
partijen zijn in cassatie gekomen. A-G Wattel zet uiteen
dat de aanslag naar zijn opvatting en conform de
opvatting van de staatssecretaris EG-rechtelijk
bezien wel standhoudt. Voorts houdt de oplegging van de
conserverende AB-aanslag bij emigratie volgens de
advocaat-generaal geen ongeoorloofde treaty override in.
A-G Wattel acht het cassatieberoep van belanghebbende
ongegrond. Hoewel belanghebbende EG-rechtelijk bezien
recht zou kunnen hebben op schadevergoeding wegens de
onrechtmatige zekerheidseis, stuit schadevergoeding af op
de formele rechtskracht van de niet-aangevochten
beschikking waarbij uitstel is verleend onder voorwaarde
van zekerheidstelling. Of de Nederlandse
proceskostenregeling het EG-rechtelijke
doeltreffendheidsbeginsel schendt, komt niet aan de orde,
nu de conserverende aanslag niet in strijd is met het EG-recht.
De conclusie strekt tot gegrondverklaring van het
cassatieberoep van de staatssecretaris en tot
ongegrondverklaring van het cassatieberoep van
belanghebbende.
10-06-2008 Conserverende aanslag wegens emigratie naar
derde land kan door de beugel
Belanghebbende is verhuisd naar de Verenigde Staten voor
het aanvaarden van een dienstbetrekking. Haar is een
conserverende aanslag opgelegd wegens fictieve
vervreemding van haar aanmerkelijk belang in een
Nederlandse bv. Hof Arnhem (NTFR 2006/1789) heeft
geoordeeld dat de conserverende aanslag niet in strijd
komt met het belastingverdrag met de Verenigde Staten,
noch met art. 56 EG-Verdrag, nu de enkele verlegging van
de woonplaats geen kapitaalverkeer ex art. 56 EG-Verdrag
inhoudt. A-G Wattel deelt de mening van het hof dat geen
sprake is van een ongeoorloofde treaty override. De
advocaat-generaal meent voorts dat het oordeel van het
hof inzake art. 56 EG-Verdrag ook juist lijkt, gelet op
de zaak Van Hilten-Van der Heijden, maar dat twijfel
mogelijk is, gelet op de N-zaak. Maar zelfs indien sprake
is van kapitaalverkeer in de zin van art. 56 EG-Verdrag,
dan nog geldt dat de belemmering gelegen in de
conserverende aanslag gerechtvaardigd is op grond van een
evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheid. De
belemmering gelegen in de (kosten van) zekerheidstelling
kunnen niet aan de orde komen omdat belanghebbende
verzuimd heeft de beschikking aan te vechten waarbij
uitstel van betaling onder die voorwaarde werd verleend,
zodat die beschikking formele rechtskracht heeft
verkregen, terwijl het EG-rechtelijke
effectiviteitsbeginsel zich niet tegen het tegenwerpen
van die formele rechtskracht aan belanghebbende verzet.
A-G Wattel concludeert tot ongegrondverklaring van het
cassatieberoep.
04-06-2008 Nederland moet tegemoetkoming
geven voor Belgische eigenwoningbelasting
Hof Den Bosch heeft een opmerkelijke uitspraak gedaan die
van belang is voor werknemers met een eigen woning in
België en in Nederland werken en wel voor de jaren vanaf
2001. Als zij opteren voor een fiscale behandeling als
Nederlands ingezetene, komen zij in aanmerking voor een
tegemoetkoming voor de Belgische onroerende voorheffing,
zeg maar de Belgische eigenwoningbelasting. De
betreffende werknemer werd in 2001 voor zijn eigen woning
zowel in België als in Nederland belast, terwijl België
zowel onder het oude als het nieuwe belastingverdrag (vanaf
2003) primair heffingsbevoegd is over de inkomsten uit de
eigen woning. Nu Nederland in de wetgeving de
optiemogelijkheid heeft opgenomen dat een niet-ingezetene
kan opteren voor een fiscale behandeling als een
ingezetene maar daarbij geen rekening houdt met de
onroerende voorheffing, ontstaat een zwaardere heffing
die alleen niet-ingezetenen met een eigen woning treft.
Nu Nederland met de in de wet opgenomen optiemogelijkheid
een binnenkomende grenswerknemer zwaarder belast dan zijn
in Nederland woonachtige collega met een eigen woning,
ligt het naar het oordeel van het hof op de weg van
Nederland om deze zwaardere last weg te nemen. Het hof
bracht in de onderhavige procedure de Belgische
onroerende voorheffing in mindering op het Nederlandse
belastbaar inkomen uit werk en woning.
24-05-2008 Premie volksverzekeringen
beperkt tot hoogte Nederlandse uitkering
Belanghebbende woont sinds 1993 in Nederland en heeft tot
1996 in Duitsland in loondienst gewerkt. In 2003 ontving
belanghebbende AOW en ontving hij uit Duitsland
Altersrente en Betriebsrente. In
geschil is of en tot welk bedrag Nederland AWBZ-premie
mag heffen.
De rechtbank oordeelt dat geen enkele bepaling van Vo.
1408/71 Nederland verbiedt premie volksverzekeringen te
berekenen over het wereldinkomen. De rechtbank vindt
hierin steun in het arrest Nikula van het HvJ
EG (NTFR 2007/571). Uit dit arrest maakt Rechtbank Breda
echter ook op dat niet meer geheven kan worden dan het
bedrag dat maximaal op de AOW-uitkering kan worden
ingehouden. De rechtbank vermindert de aanslag tot het
bedrag van de AOW-uitkering. Dat op de AOW-uitkering
tevens ziekenfondspremie is ingehouden staat los van de
premieheffing voor de volksverzekeringen, aldus de
rechtbank.
15-05-2008 Topbeloningen en aanpak
buitenlandse spaartegoeden op Europese agenda
Op dinsdag en woensdag 13 en 14 mei was in Brussel de
Eurogroep en de ECOFIN bijeen. De ministers en
staatssecretarissen van Financiën van de lidstaten
spraken in die overleggen onder andere over topbeloningen
en de aanpak van spaartegoeden in het buitenland. Op de
agenda stonden verder onder meer de bespreking van de
financiele situatie, het aanpakken van BTW-fraude en is
er stilgestaan bij 40 jaar douane-unie in Europa.
Minister Bos en staatssecretaris De Jager
vertegenwoordigden namen names Nederland deel aan het
raadsoverleg.
03-04-2008 Niet verplicht om uit te gaan
van wereldinkomen bij berekeningsgrondslag premieheffing
Derouin woont in Frankrijk, waar hij als zelfstandig
advocaat werkzaam is en als vennoot verbonden aan het in
het Verenigd Koninkrijk gevestigde advocatenkantoor
Linklaters. In elk land waar Linklaters is gevestigd
wordt hij belast voor zijn aandeel in het resultaat van
die vestiging. Derouin is in Frankrijk verplicht
aangesloten bij een stelsel van ziektekostenverzekering
en is als zelfstandige ingeschreven bij de Union pour le
recouvrement des cotisations de sécurité sociale et d'allocations
familliales de Paris Région parisienne (Ursaff). Met
ingang van het jaar 2000 heeft Ursaff de premies voor
gezinsbijslagen evenals de CSG (contribution sociale
généralisée) en de CRDS (contribution pour le
reboursement de la dette sociale) berekend over de
beroepsinkomsten van Derouin uit zijn werkzaamheden op
het advocatenkantoor Frankrijk en over het aandeel in het
resultaat dat Linklaters realiseert uit andere landen
waaronder het Verenigd Koninkrijk. Derouin weigerde
betaling van de bedragen ter zake van de CSG en CRDS die
over zijn inkomsten uit Britse bron waren berekend, op
grond van het feit dat deze bijdragen geen sociale
zekerheidspremies zijn, maar belastingen (in het nieuwe
verdrag tussen Frankrijk en het VK is uitdrukkelijk
bepaald dat de CSG en CRDS belastingen zijn). Het Hof van
Justitie EG overweegt dat Derouin uitsluitend aan de
Franse sociale zekerheidswetgeving is onderworpen en dat
de bijdragen inzake de CSG en CRDS binnen de
werkingssfeer van de verordening vallen. Hieraan doet
niet af dat deze heffingen ook feitelijk als belastingen
kwalificeren (zie zaken C-34/98 en C-169/98 Commissie/Frankrijk).
Bij gebrek aan harmonisatie is het de bevoegdheid van de
nationale wetgever de berekeningsgrondslag van de sociale
bijdragen vast te stellen. Geen enkele bepaling van Vo.
1408/71 verplicht of verbiedt een lidstaat om alle
inkomsten op te nemen in de berekeningsgrondslag van de
sociale bijdragen. Het niet in aanmerking nemen van
inkomsten uit buitenlandse bron mag echter geen gevolgen
hebben voor de prestaties waarop iemand volgens de
toepasselijke wetgeving recht heeft.
03-04-2008 Ruimer tijdvak AOW vanwege Vo.
1408/71 ook als gerechtigde buiten EU woont
Dhr. Chuck, die de Britse nationaliteit heeft, heeft van
1 september 1972 tot 1 april 1975 en van 1 januari 1976
tot 31 december 1977 in Nederland gewoond en gewerkt. In
de negen maanden tussen deze twee perioden heeft hij in
Denemarken gewerkt en daar premies inzake de sociale
zekerheid betaald. Sinds 1 januari 1978 woont hij in de
Verenigde Staten van Amerika. In verband met het bereiken
van de 65-jarige leeftijd heeft hij een aanvraag om een
AOW-uitkering ingediend bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
De SVB heeft voor de berekening van het bedrag van de AOW
geen rekening gehouden met de negen maanden van
verzekering in Denemarken, aangezien Chuck op het moment
van zijn AOW niet in de EU woonde en daardoor, volgens de
SVB, geen rechten kon ontlenen aan art. 48 Vo. 1408/71 (samentelling
van tijdvakken van minder dan één jaar). Rechtbank
Amsterdam heeft een prejudiciële vraag gesteld. Volgens
het Hof van Justitie EG kan art. 48 niet in die zin
worden uitgelegd dat het enkele verplaatsen door de
betrokkene van zijn woonplaats naar een derde land
afbreuk kan doen aan diens recht op berekening van zijn
ouderdomspensioen conform de in dat artikel neergelegde
regels. Het Deense tijdvak moet derhalve worden meegeteld
bij het berekenen van de AOW-uitkering.
21-03-2008 Positieve uitspraak voor de
Belastingdienst van de Hoge Raad inzake buitenlands
vermogen
Het arrest van de Hoge Raad in de KB-Lux zaak valt
positief uit voor de Belastingdienst. De Hoge Raad heeft
beslist dat de Nederlandse Belastingdienst op grond van
de gegevens in de gestolen microfiches een nader
onderzoek mocht instellen naar verzwegen bankrekeningen.
Ook mochten de bankgegevens die de belastingplichtigen
onder druk aan de belastingdienst hebben verstrekt,
worden gebruikt voor het opleggen van boetes. Ook kregen
de rekeninghouders geen gelijk in hun stelling dat zij
onder strafdreiging gedwongen waren aan hun eigen
veroordeling mee te werken.De Hoge Raad geeft in het
arrest ook aan dat naar zijn mening een langere
navorderingstermijn (12 jaar) gerechtvaardigd is als het
gaat om gevallen waarin er pogingen worden gedaan om
vermogen buiten het zicht van de fiscus worden gehouden.
De Europese regels verplichten de Hoge Raad overigens nog
wel om hierover vragen voor te leggen aan het Europese
Hof van Justitie. Het arrest van de Hoge Raad is een
belangrijke steun voor Nederland in die procedure voor
het Europese Hof van Justitie
19-03-2008 Conserverende aanslag in strijd
met Verdrag Nederland-Frankrijk
Belanghebbende is per 1 oktober 2002 geëmigreerd naar
Frankrijk. Toen hij nog in Nederland woonde heeft hij een
pensioenaanspraak opgebouwd. Ter zake van die
pensioenaanspraak heeft de inspecteur een conserverende
aanslag opgelegd.
Het Verdrag Nederland-Frankrijk wijst de heffing over
pensioenen aan Frankrijk toe. Net als de rechtbank
oordeelt het hof dat Nederland door het opleggen van een
conserverende aanslag in strijd met de bepalingen van het
verdrag handelt en tevens met de goede trouw die
Nederland jegens de verdragspartner is verschuldigd.
18-03-2008 Goedkeuring Franse
stimuleringsmaatregel voor risicokapitaal aan kleine en
middelgrote ondernemingen
De Europese Commissie heeft bekendgemaakt in het kader
van staatssteun geen bezwaren te hebben tegen de Franse
regeling van vermindering van vermogensbelasting bij
investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen. Op
grond van de Franse regeling kan tot een maximum van
&euro 50.000 per jaar een vermindering worden
gekregen van de l'impôt de solidarité sur la
fortune' (ISF) voor een investering, direct of indirect,
in kleine of middelgrote ondernemingen (KMO's). Volgens
commissaris Kroes is de Franse tegemoetkoming
proportioneel in verhouding tot de investering die in de
onderneming wordt gedaan. De Europese Commissie heeft de
Franse regeling beoordeeld aan de hand van de
richtsnoeren inzake staatssteun ter bevordering van
risicokapitaalinvesteringen in KMO's (zie bijgevoegd
digitaal document), die op 19 juli 2006 bekend zijn
gemaakt.
04-03-2008 Conserverende aanslag over
opgebouwd pensioen frustreert verdragstoewijzing
Belanghebbende is in 2001 geëmigreerd naar Frankrijk.
Aan belanghebbende is op grond van art. 3.83 jo 3.146 Wet
IB 2001 een conserverende aanslag inkomstenbelasting
opgelegd over de waarde van zijn in Nederland opgebouwde
pensioenaanspraak. Zowel Rechtbank Breda als Hof Den
Bosch heeft geoordeeld dat oplegging van de conserverende
aanslag in strijd komt met de in acht te nemen goede
verdragstrouw bij de uitleg van art. 18 (pensioenen) van
het belastingverdrag met Frankrijk. De staatssecretaris
heeft cassatieberoep ingesteld tegen de hofuitspraak.
Volgens A-G Wattel duidt de tekst van art. 18 van het
belastingverdrag erop dat beide landen ervan zijn
uitgegaan dat slechts over reële pensioen(afkoop)betalingen
zouden worden geheven, dus niet ter zake van een niet-realiserende
gebeurtenis zoals emigratie. De conserverende aanslag bij
emigratie over opgebouwd pensioen frustreert derhalve de
overeengekomen verdragstoewijzing.
De conclusie strekt dan ook tot ongegrondverklaring van
het cassatieberoep.
29-02-2008 Uitstel voor inleveren
belastingformulier SCI tot 5 mei 2008
De déclaration des sociétés immobilières (non
soumises à l'impôt sur les sociétés) 2072 dient
normaal gesproken voor 29 februari ingediend te worden.
Vandaag dus. Maar, dit jaar hoeft het formulier (over
2007) pas uiterlijk 5 mei 2008 binnen te zijn. Ook al
staat op het formulier dat het voor 29 februari 2008
binnen moet zijn.
27-02-2008 Nederlandse Belastingdienst de
fout in met aangiften 2007
Staatssecretaris De Jager heeft zijn excuses aangeboden
voor de problemen bij de belastingdienst. Door een fout
in het computersysteem zijn ruim 700.000
belastingaangiftes onbruikbaar geworden en moeten de
indieners opnieuw aangifte doen. Het gaat om digitale
aangiftes die voor zaterdagmiddag zijn binnengekomen.
De Belastingdienst kampt al langer met
automatiseringsproblemen. De Jager zegt dat het
automatiseringscentrum van de dienst in Apeldoorn
gereorganiseerd zal worden. Dat moet de problemen
verhelpen. De Tweede Kamer is zeer verontrust over de
situatie. Vooral de oppositie heeft er geen goed woord
voor over.
Voortaan maar weer de aangifte op papier indienen???
26-02-2008 Hoogleraar Nederlandse universiteit niet
belastingplichtig op grond van woonplaatsfictie
ambtenaren
Hof Den Bosch heeft beslist dat een in Italië
woonachtige hoogleraar aan een Nederlandse universiteit,
die uitsluitend in Italië werk had verricht voor deze
universiteit, niet in Nederland belastingplichtig was
maar wel premieplichtig voor de volksverzekeringen. De
inspecteur stelde zich op het standpunt dat de zogeheten
woonplaatsfictie -op grond waarvan bepaalde groepen
personen zoals ambtenaren in dienstbetrekking bij de
Staat der Nederlanden geacht worden in Nederland te wonen-
van toepassing was. Het hof wijst dat af. Het Burgerlijk
Wetboek maakt in twee afzonderlijke wetsbepalingen
onderscheid tussen respectievelijk de Staat, de
provincies, de gemeenten, de waterschappen en bepaalde
lichamen respectievelijk andere lichamen waaraan een deel
van de overheidstaak is opgedragen. In het belastingrecht
(o.a. het Nederlandse Standaardverdrag en het
belastingverdrag met Italië) bestaat dit onderscheid ook.
Nu de hoogleraar in dienst was bij een Nederlandse
universiteit, was de woonplaatsfictie niet van toepassing.
Tot en met het jaar 2000 gold overigens een
woonplaatsfictie met een veel ruimere werkingssfeer.
Destijds vielen ook in het buitenland wonende ambtenaren
van de Nederlandse rijksoverheid en lagere overheid en in
het buitenland wonende medewerkers van universiteiten
onder de woonplaatsfictie. Ook deze personen werden
geacht inwoner van Nederland te zijn.
06-02-2008 Tweede verrekeningslimiet is
niet in strijd met de vrijheid van kapitaalverkeer
Eiseres, een Nederlandse moedermaatschappij van een
fiscale eenheid die handelt in aandelen, obligaties, e.d.,
ontvangt in 2003 &euro 295.707 dividend van Duitse
vennootschappen, waarop &euro 44.356 bronbelasting is
ingehouden, en &euro 378.524 dividend van Franse
vennootschappen, waarop &euro 56.778 bronbelasting is
ingehouden. Vanwege een verliessituatie heeft eiseres
voor 2003 een nihilaanslag ontvangen.
In geschil is of de weigering van verweerder om
restitutie te verlenen voor de in Frankrijk en Duitsland
ingehouden bronheffing in strijd is met art. 56 EG-Verdrag.
De Nederlandse wet biedt geen mogelijkheid tot
verrekening of restitutie van buitenlandse bronheffing.
Het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen
Nederland en Duitsland biedt ook geen mogelijkheid tot
verrekening van Duitse bronheffing op dividenden met
Nederlandse belasting. Het Verdrag met Frankrijk biedt
die mogelijkheid wel voor Franse bronheffing, echter tot
maximaal het bedrag van de Nederlandse belasting indien
de Franse inkomensbestanddelen onderdeel vormen van het
Nederlandse inkomen (tweede limiet). Uit het arrest van
het HvJ EG van 12 december 2006 (C446/04, zaak-Test
Claimants in the FII Group Litigation, r.o. 50 en 52)
leidt de rechtbank af dat de vrijheid van kapitaalverkeer
de lidstaten niet verplicht om meer buitenlandse
dividendbelasting te verrekenen dan het bedrag van de in
de lidstaat van de ontvangende vennootschap verschuldigde
belasting. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de
onmogelijkheid tot verrekening van Franse en Duitse
bronheffing bij een nihilaanslag niet in strijd is met de
vrijheid van kapitaalverkeer.
16-01-2008 Stamrecht bij buitenlandse
verzekeraar mogelijk
De Nederlandse staatssecretaris van Financiën heeft in
een besluit de mogelijkheid geopend voor buitenlandse
lichamen om zich aan te laten wijzen als verzekeraar van
een stamrecht als bedoeld in art. 11, lid 1, onderdeel g,
Wet LB 1964. Dit besluit loopt daarmee vooruit op een
wetswijziging.
09-01-2008 Meer belastingvrij invoeren
per december 2008
Met ingang van 1 december 2008 mogen reizigers vanuit
landen buiten de Europese Unie meer vrij van accijns of
btw invoeren. In november 2006 werd hierover in de Ecofin
een politiek akkoord bereikt. Eind december 2007 werd
overeenstemming bereikt over de ingangsdatum. Het plafond
voor deze belastingvrije invoer naar één van de landen
van de Europese Unie gaat omhoog van 175 euro naar 430
euro voor passagiers in vliegtuigen en schepen. Wie over
land de EU binnen komt mag voor 300 euro belastingvrij de
Europese Unie invoeren. Het huidige drempelbedrag werd 15
jaar geleden vastgesteld.
18-12-2007 Collectieve verzekering
ziektekosten- 5% korting
Vanaf vandaag kunt u via deze site profiteren van een
collectieve verzekering. Indien u niet verzekerd bent via
de Nederlandse basisverzekering en ook niet verzekerd
bent in Frankrijk (bijvoorbeeld omdat u besluit te
emigreren naar Frankrijk, nog voordat uw pensioen ingaat)
kunt u profiteren van deze collectieve verzekering. De
korting bedraagt 5% op de tarieven van Oomverzekeringen.
Deze korting geldt slechts indien de verzekering wordt
aangevraagd via www.frankrijkemigratie.nl. De betreffende
link treft u aan onder Diensten - collectieve
ziektekostenverzekering.
U zult het normale tarief betalen aan oomverzekeringen,
maar via www.frankrijkemigratie.nl krijgt u, zonder
voorwaarden, 5% van de premie teruggestort. Indien u
hierover vragen hebt, kunt u contact opnemen via het
contactformulier.
12-12-2007 Aanpassing regeling
ziektekosten
De regeling dat buitenlanders de Carte vitale in moeten
leveren is komen te vervallen. De volgende tekst is
afkomstig van de Franse site
www.securite-sociale.fr:
La circulaire de la Direction de la
sécurité sociale du 23 novembre 2007 vient préciser
les dispositions prises par le décret du 29 mars 2007
qui transpose dans le droit français la directive
européenne du 29 avril 2004 sur la régularité du
séjour.
Les ressortissants communautaires et
assimilés, résidant en France notamment en qualité
dinactifs, détudiants ou de demandeurs
demploi peuvent bénéficier de la couverture
maladie universelle dès lors quils séjournent en
France de manière régulière. Toutefois, leur droit au
séjour, qui ne se formalise plus par la détention
obligatoire d'un titre de séjour, repose sur deux
conditions : la détention de ressources suffisantes et
dune couverture maladie complète.
Pour les personnes ne totalisant pas 5
ans de résidence régulière et ininterrompue,
laccès à la CMU ne doit être accordé que
lorsque, ayant acquis un droit de résider, ces
ressortissants connaissent un accident de la vie les
conduisant à perdre leurs ressources ou leur assurance
maladie.
Néanmoins, les ressortissants communautaires qui se sont
vu accordés le bénéfice de la CMU de base jusqu'au 23/11/07
pourront continuer à en bénéficier.
Cette circulaire entre en application le
23 novembre 2007.
Anders gezegd, in het Nederlands,
buitenlanders die op 23 november 2007 al aangesloten
waren bij de CMU kunnenvan deze regeling gebruik blijven
maken. Buitenlanders die in Frankrijk komen wonen kunnen
pas op zijn vroegst na 5 jaar gebruik maken van de CMU-verzekering.
Nederlanders die niet verplicht verzekerd zijn in
Nederland, vanwege het ontbreken van pensioen op dit
moment, dienen dus zelf een particuliere verzekering af
te sluiten. Via mijn site is het op korte termijn
mogelijk om dit te doen bij een Nederlandse verzekeraar
met 5% korting. Voor de Nederlanders die nu al gebruik
maken van de CMU, blijft dit gelukkig ongewijzigd.
07-12-2007 Verandering in de teruggaaf van
BTW / TVA
Per 1 januari 2010 wordt het voor ondernemers een stuk
makkelijker om BTW terug te vragen over aankopen gedaan
in een andere lidstaat. Maar wat verandert er nou precies?
Op dit moment kan een Nederlandse
ondernemer BTW terugkrijgen voor aankopen die hij heeft
gedaan in een andere Europese lidstaat. Om de BTW terug
te krijgen, moet de ondernemer zich nu nog melden bij de
belastingdienst van de betreffende lidstaat. Voor veel
ondernemers betekent dit veel administratieve rompslomp
om een soms relatief klein bedrag terug te vragen. Ook
duurt het vaak lang voordat de andere lidstaat het
verzoek heeft afgewikkeld. Op 3 december 2007 is het
zogenaamde BTW-pakket aanvaard door de Europese ministers
van Financiën. Hiermee wordt het terugvragen van BTW per
1 januari 2010 eenvoudiger.
Een Nederlandse ondernemer kan zijn verzoek tot
teruggaaf vanaf deze datum indienen bij de Nederlandse
belastingdienst. De Nederlandse belastingdienst neemt
vervolgens het administratieve traject voor zijn rekening
en stuurt het verzoek door naar de belastingdienst van de
lidstaat van teruggaaf. De lidstaat van teruggaaf moet
beoordelen of het verzoek ingewilligd wordt en
uiteindelijk uitbetalen. Hiervoor krijgt de lidstaat 4
maanden de tijd (als er meer informatie nodig is van de
ondernemer, kan deze termijn oplopen tot 8 maanden). Na
een positieve beslissing moet de lidstaat snel uitbetalen.
Wanneer de betaling te laat wordt gedaan, heeft de
ondernemer recht op rente.
21-11-2007 Korting op uw verzekering via
www.frankrijkemigratie.nl
Woont u in Frankrijk en heeft u op dit moment (nog) geen
inkomen uit Nederland en Frankrijk (rente en inkomsten
uit lijfrenten niet meegerekend)? U kunt dan niet meer
verzekerd blijven bij de CMU de base. Er gaan diverse
geruchten rond dat de Franse overheid toch een regeling
moet treffen. Vooralsnog is dit niet gebeurd, dus is het
noodzakelijk om een vervanger van de CMU de base te
regelen. Indien ik u aanmeld bij een bekende Nederlandse
verzekeraar, kan ik u een (collectieve) korting aanbieden.
U kunt reageren via het contactformulier of rechtstreeks
een email sturen naar info@frankrijkemigratie.nl.
18-10-2007 Verhouding verordening 1408/71
en belastingverdrag bij inkomsten uit zelfstandige arbeid
Derouin woont in Frankrijk, waar hij als zelfstandig
advocaat werkzaam is; ook is hij vennoot van het
advocatenkantoor Linklaters. In elk land waar Linklaters
is gevestigd wordt hij belast voor zijn aandeel in het
resultaat van elke vestiging. Derouin is in Frankrijk
verplicht aangesloten bij een stelsel van
ziektekostenverzekering en is als zelfstandige
ingeschreven bij de Union pour le recouvrement des
cotisations de sécurité sociale et d'allocations
familliales de Paris Région parisienne (Ursaff). Met
ingang van het jaar 2000 heeft Ursaff de premies voor
gezinsbijslagen evenals de CSG (contribution sociale
généralisée) en de CRDS (contribution pour le
reboursement de la dette sociale) berekend over de
beroepsinkomsten van Derouin uit zijn werkzaamheden op
het advocatenkantoor Linklaters in Frankrijk en over het
aandeel in het resultaat dat Linklaters realiseert in het
Verenigd Koninkrijk. Derouin weigerde betaling van de
bedragen ter zake van de CSG en CRDS die over zijn
inkomsten uit Britse bron waren berekend, op grond van
het feit dat deze bijdragen geen sociale
zekerheidspremies zijn, maar belastingen (in het nieuwe
verdrag tussen Frankrijk en het VK is uitdrukkelijk
bepaald dat de CSG en CRDS belastingen zijn). Op de vraag
of de Ursaff ook over de Britse inkomsten CSG en CRDS mag
heffen, overweegt A-G Mengozzi dat de CSG en CRDS ook
onder het huidige verdrag als belasting moeten worden
aangemerkt en dat het heffingsrecht over de Britse
inkomsten ter heffing toekomt aan het Verenigd Koninkrijk.
De CSG en de CRDS vallen echter ook binnen de
werkingssfeer van Vo. 1408/71 ondanks het fiscale
karakter dat ze volgens het Franse recht hebben. De
advocaat-generaal concludeert dat art. 14 quinquies, lid
1 en 2, Vo. 1408/71 de bevoegde lidstaat er zelfs toe
verplicht om bij de berekening van de bijdragen over de
CSG en CRDS rekening te houden met alle door Derouin
verkregen inkomsten, zonder dat aan de voorwaarden van
art. 8 Vo. 1408/71 is voldaan. De advocaat-generaal gaat
er daarbij wel van uit dat Derouin in het Verenigd
Koninkrijk feitelijke werkzaamheden verricht, omdat in
het ontkennende geval beantwoording van de prejudiciële
vraag geen nuttige werking zou hebben.
11-10-2007 Franse heffing over onroerend
goed in strijd met vrij kapitaalsverkeer
Frankrijk kent een belastingheffing van 3% over de
marktwaarde van in Frankrijk gelegen onroerend goed in
bezit van rechtspersonen. Van de heffing zijn vrijgesteld
rechtspersonen met de zetel van werkelijke leiding in
Frankrijk en buitenlandse rechtspersonen op wie een non-discriminatiebepaling
uit een bilateraal verdrag van toepassing is op grond
waarvan geen hogere belasting mag worden geheven dan van
Franse rechtspersonen. Ook is er een vrijstelling voor
rechtspersonen met hun zetel in een land of gebied dat
met Frankrijk een verdrag inzake administratieve bijstand
met het oog op de bestrijding van belastingfraude en
belastingontduiking heeft gesloten. Frankrijk heeft de 3%-heffing
ingevoerd als compensatie voor de heffing van
vermogensbelasting voor het geval onroerend goed wordt
ondergebracht in een rechtspersoon waarvan de
gerechtigden niet kunnen worden achterhaald. De
Luxemburgse holdingvennootschap Société Européenne et
Luxembourgeoise d'Investissements SA ('Elisa') komt niet
in aanmerking voor de vrijstelling, omdat bepaalde
Luxemburgse holdingmaatschappijen (zogenoemde 1929
holdings) zijn uitgezonderd van de toepassing van het
Verdrag Frankrijk-Luxemburg. Inlichtingenuitwisseling is
daardoor niet mogelijk en de non-discriminatiebepaling is
niet van toepassing op de Luxemburgse 1929 holdings. Het
Franse Cour de cassation verzoekt om een prejudiciële
beslissing over de uitlegging van art. 43 en volgende en
art. 56 en volgende EG-Verdrag, alsmede van art. 1
Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977
betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde
autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de
directe belastingen.
Het Hof oordeelt in de eerste plaats dat de Franse 3%-heffing
als een belasting over vermogen moet worden aangemerkt en
derhalve valt onder het toepassingsbereik van Richtlijn
77/799/EEG. In de tweede plaats meent het Hof, dat art. 8,
lid 1, Richtlijn 77/799EEG zich er niet tegen verzet dat
twee lidstaten zijn gebonden aan een verdrag ter
voorkoming van dubbele belasting waarin een categorie
belastingplichtigen, zoals de Luxemburgse holdings, van
de werkingssfeer van Richtlijn 77/799EEG wordt
uitgesloten. Althans, voor zover de wetgeving of de
administratieve praktijk van de lidstaat die de
inlichtingen moet verstrekken, de bevoegde autoriteit
niet toestaat voor eigen doeleinden deze inlichtingen in
te winnen. In de derde plaats oordeelt het Hof dat de
Franse 3%-heffing discriminatoir is en in strijd met de
vrijheid van kapitaalverkeer. Toetsing aan de vrijheid
van vestiging is volgens het Hof niet aan de orde. Voor
de beperkende maatregel acht het Hof geen rechtvaardiging
aanwezig. De eventuele onmogelijkheid om de Luxemburgse
belastingautoriteiten rechtstreeks om hun medewerking te
verzoeken kan het weliswaar moeilijker maken om de
inlichtingen te controleren, maar kan geen
rechtvaardiging vormen voor een absolute weigering om een
belastingvoordeel te verlenen. De rechtspersoon moet in
ieder geval de mogelijkheid worden geboden zelf de
informatie te verschaffen.
04-10-2007 Buitenlandse uren tellen voor
buitenlands belastingplichtige niet mee voor
urencriterium
Belanghebbende is een buitenlands belastingplichtige die
niet heeft geopteerd voor toepassing van art. 2.5 Wet IB
2001. Hij drijft in Duitsland en in Nederland een
agrarische onderneming. Belanghebbende besteedt meer dan
1.225 uren aan de totale onderneming, maar minder dan 1.225
uren aan zijn Nederlandse onderneming. In geschil is of
belanghebbende aan het urencriterium voldoet en recht op
zelfstandigenaftrek heeft. Hof Den Bosch heeft deze vraag
bevestigend beantwoord. In zijn incidentele beroep komt
de staatssecretaris naar het oordeel van A-G Overgaauw
terecht op tegen het oordeel van het hof dat
belanghebbende recht heeft op zelfstandigenaftrek. De
advocaat-generaal concludeert op basis van met name de
wettekst en wetsystematiek dat bij een buitenlands
belastingplichtige de buitenlandse uren niet meetellen
voor het urencriterium. Wel is het volgens de advocaat-generaal
de vraag of het EG-recht niet wordt geschonden wanneer
een buitenlandse ondernemer de zelfstandigenaftrek wordt
onthouden, omdat - anders dan bij een binnenlandse
ondernemer - zijn buitenlandse uren niet meetellen voor
het urencriterium. Maar nu Nederland de optieregeling van
art. 2.5 Wet IB 2001 heeft, kan Nederland niet worden
verweten het EG-recht te schenden. Deze regeling biedt
immers de mogelijkheid aan belanghebbende te opteren voor
een behandeling als binnenlands belastingplichtige,
waardoor zijn buitenlandse uren meetellen voor het
urencriterium. De conclusie strekt dan ook tot
gegrondverklaring van het incidentele beroep in cassatie.
04-10-2007 Nederland heeft heffingsrecht
over als loon gekwalificeerde lijfrente, betaald aan een
inwoner van Spanje
Aan belanghebbende is ter compensatie voor een
pensioenbreuk en het 'prijsgeven van de rechten op
deelgerechtigheid in de resultaten van de systeemgroep'
een recht op periodieke uitkeringen toegekend ter waarde
van f 270.000 alsmede een nabestaandenlijfrente ter
grootte van f 63.000 per jaar, die door de inspecteur
zijn aangemerkt als aanspraken op te derven loon. In
september 1999 heeft belanghebbende zich gevestigd in
Spanje. In 2001 ging de lijfrente in. In geschil is de
vraag waar het bedrag dat betrekking heeft op het 'prijsgeven
van de rechten op deelgerechtigheid in de resultaten van
de systeemgroep' belast dient te worden.
De rechtbank is van oordeel dat, nu vaststaat dat de
compensatie volledig voortvloeit uit de door
belanghebbende destijds in Nederland uitgeoefende
dienstbetrekking, de compensatie dient te worden
aangemerkt als een aanspraak ter vervanging van te derven
loon. Het heffingsrecht komt toe aan Nederland.
01-10-2007 Pensioen in Nederland
belastbaar ondanks privatisering van het ABP
Belanghebbende is werkzaam geweest als hoogleraar aan een
Nederlandse universiteit. In 2002 woont hij in Duitsland
en ontvangt hij een ABP-pensioen ter zake van zijn
voormalig dienstverband. In geschil is of dit pensioen
belastbaar is in Nederland. Art. 12, lid 2, Verdrag
Nederland-Duitsland, wijst de heffing aan Nederland toe
ingeval de Nederlandse Staat het pensioen rechtstreeks of
door tussenkomst van een publiekrechtelijke instelling
betaalt. Weliswaar is sprake van een overheidspensioen,
maar omdat het ABP sinds 1996 is geprivatiseerd, wordt
volgens belanghebbende niet voldaan aan art. 12, lid 2
Verdrag Nederland-Duitsland, en is de heffing aan de
woonstaat Duitsland toegewezen. Hof Den Bosch heeft het
beroep van belanghebbende afgewezen onder verwijzing naar
HR 23 november 1994, nr. 29.935, BNB 1995/117. Daarin
heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het woord 'betaalt'
niet moet worden opgevat als uitbetaald, maar als 'opgebouwd
bij'. In cassatie stelt belanghebbende dat het Hof ten
onrechte de heffing toewijst aan Nederland en dat de
hiervoor genoemde uitleg van het woord 'betaalt' in
strijd is met art. 31 Verdrag van Wenen. A-G Van
Ballegooijen volgt in zijn conclusie het oordeel van het
hof. De conclusie strekt dan ook tot ongegrondverklaring
van het beroep in cassatie.
18-09-2007 Maatregelen uit Miljoenennota
2008 en Belastingplan 2008
Enkele hoofdlijnen uit het Belastingplan 2008 betreffen
de volgende: de (loon)bijtelling voor de auto van de zaak
gaat per 1 januari 2008 voor zeer zuinige auto's omlaag
van 22% naar 14%. De bijtelling voor overige auto's gaat
omhoog naar 25%. Vanaf 2011 wordt de kilometerheffing
stapsgewijs geïntroduceerd. De aanschafbelasting (BPM)
en gebruiksbelasting (MRB) van auto's worden dan naar
rato verlaagd. Vanaf 1 januari 2009 vervalt de fiscale
ondersteuning voor pensioenopbouw boven &euro 185.000.
Vanaf 2011 komen voor 65-plussers een bijdrage voor
ouderen om de AOW in de toekomst welvaartsvast te houden.
Vanaf 1 januari 2009 vervalt het maximum aan
eigenwoningforfait van &euro 9.150 waardoor het
eigenwoningforfait bij hogere waarde van de woning
oploopt. Bovendien geldt voor het eigenwoningforfait een
verhoogd percentage van 2,35% voor woningen boven &euro1
mln (thans nog 0,55%). Per 1 januari 2009 vervalt de
fiscale buitengewone uitgavenregeling en wordt er een
specifieke regeling geïntroduceerd voor chronisch zieken
en gehandicapten. Per 1 januari 2008 geldt nog een
versoberde variant waarbij de standaardpremie en de
inkomensafhankelijke bijdrage van de zorgverzekering niet
langer aftrekbaar is. Er komt een belasting op
vliegtickets en op verpakkingen. De uitbetaling van de
algemene heffingskorting aan de niet of weinig
verdienende partner wordt in 15 jaar tijd stapsgewijs
afgeschaft. De directeur-enig aandeelhouder zonder
werknemers is per 1 januari 2008 niet langer belast met
loonheffing maar kan volstaan door zijn loon in de
aangifte inkomstenbelasting op te nemen. De eerste twee
tariefschijven in de vennootschapsbelasting worden
behoorlijk opgerekt. Bovendien gaat het tarief voor de
tweede schijf met 0,5%-punt omlaag naar 23%. Het wordt
voor ondernemers-natuurlijke personen makkelijker om
vanuit de ene onderneming zonder fiscale gevolgen een
andere onderneming te starten.
11-09-2007 Hof doet einduitspraak in
procedure over Nederlandse strijdige emigratieheffing 11
september 2007
Hof Arnhem heeft einduitspraak gedaan in een roemruchte
procedure over de verenigbaarheid van de Nederlandse
emigratieheffing met het EG-recht. De procedure betrof
een Nederlander die in 1997 naar Groot-Brittannië
verhuisde. De man kreeg een conserverende aanslag over de
waarde van aanmerkelijkbelangaandelen waarvoor hij
zekerheden moest stellen. Het EG Hof van Justitie had in
2006 aangegeven op welke punten de toenmalige regeling in
strijd kwam met het EG-recht. Hof Arnhem heeft daarop het
conserverende deel van de aanslag vernietigd
Nederland heeft de emigratieheffing inmiddels
drastisch aangepast. Zo hoeft vanaf 11 maart 2004 een
emigrant die vertrekt uit Nederland en een conserverende
aanslag krijgt opgelegd, geen zekerheid meer te stellen
om uitstel van betaling te verkrijgen. Dit geldt echter
alleen voorzover de emigrant naar een lidstaat van de
Europese Unie of de Europese Economische Ruimte emigreert.
Verder houdt Nederland voortaan ook rekening met
waardedalingen van een aanmerkelijkbelangpakket na
emigratie gedurende de tienjaarsperiode na emigratie.
Deze laatste wijziging is gekomen bij de Wet overige
fiscale maatregelen 2005.
06-09-2007 'Buitenlanders met prepensioen
moeten Carte vitale inleveren'Le Monde van woensdagmiddag
op internet: Paniek onder de Europese gepensioneerden die
in Frankrijk wonen. Sommigen van hen hebben dezer dagen
een brief gekregen van hun CPAM met de mededeling dat zij
hun Carte vitale uiterlijk 30 september moeten inleveren.
Conform de regelgeving van 21 maart 2007 kan een
Europeaan die zich op Frans grondgebied bevindt en geen
gebruik (meer) kan maken van de Europese rechten door het
overleggen van formulieren zoals E 106 of E 121, geen
verzekering meer genieten van de Sécurité sociale, maar
moet zelf een particuliere verzekering afsluiten.
Op het ministerie van Volkgezondheid in Parijs erkent men
een zekere warboel. Niettemin volgt het voorgaande
logischerwijs uit de regelgeving van 21 maart, dat op
zijn beurt steunt op een Europese richtlijn van 2004.
Deze zegt dat Europeanen die zich in een ander EU-land
vestigen, moeten beschikken over voldoende middelen van
bestaan en niet ten laste mogen komen van het sociale
systeem van hun nieuwe woonland. Zij moeten zelf een
verzekering bezitten of aangesloten zijn bij het
zorgsysteem van hun thuisland, zo legt Le Monde uit.
De verzonden circulaires gelden niet voor gepensioneerden,
die verzekerd zijn door hun land van herkomst. Deze
categorie buitenlanders die in Frankrijk zijn
neergestreken, heeft onder dezelfde voorwaarden toegang
tot het sociale stelsel als de Fransen zelf. Het land van
origine betaalt een vast bedrag per verzekerde.
Er blijft een grijs gebied voor de nog niet-gepensioneerden
die leven van hun eigen geld en nog niet zijn aangesloten
bij het regime van ziektekostenverzekering. Ook nogal wat
Nederlanders met lage of laag opgegeven inkomens hebben -
par erreur, zegt Le Monde - aansluiting gevonden bij de
CMU in de periode dat de Europese richtlijn van 2004 werd
omgezet naar het decreet van maart 2007. De toepassing
van het decreet wil een einde maken aan het misbruik van
de CMU door buitenlanders met niet nader verduidelijkte
inkomsten.
03-09-2007 DigiD nog niet mogelijk voor
Nederlanders in Frankrijk
Nederlanders die in het buitenland wonen kunnen (nog)
geen gebruik maken van DigiD, een eenvoudige vorm van
authenticatie voor mensen die online gebruik willen maken
van diensten van de overheid en zich daarbij moeten
legitimeren. De reden hiervoor is dat het adres waar de
activeringscode voor een DigiD naar toe gezonden wordt,
betrouwbaar moet zijn. DigiD beschikt niet over
betrouwbare adressen van mensen die niet in Nederland
wonen. Daarom kunnen Nederlanders in het buitenland (en
anderen) die niet meer zijn ingeschreven in de
Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) geen DigiD
inlogcode aanvragen.
Het is wel mogelijk om een elektronische handtekening aan
te vragen. Er is een apart formulier verkrijgbaar voor
buitenlands belastingplichtigen op de site www.belastingdienst.nl.
28-08-2007 Geen btw over vervallen
voorschot/aanbetaling bij annulering hotelreserverin
Het Europese Hof van Justitie (hierna: EG-Hof) heeft vrij
recent uitspraak gedaan over de vraag of over een
verbeurde voorschot/aanbetaling bij het annuleren van een
hotelreservering btw (TVA) is verschuldigd. De procedure
betrof een Franse kuuroord. Volgens de Franse wetgeving
vervalt een voorschot aan een ondernemer als een klant
zijn overeenkomst met de ondernemer niet nakomt. Komt de
ondernemer de overeenkomst niet na, dan moet hij het
dubbele bedrag van het voorschot aan de klant
terugbetalen. Het EG-Hof stelde vast dat een voorschot in
situaties als in onderhavige procedure geen vergoeding is
die een hotelexploitant daadwerkelijk ontvangt als
tegenprestatie voor een autonome en individualiseerbare
dienst die hij voor zijn klant heeft verricht. Het
behouden van dit voorschot in geval van annulering door
de klant heeft tot doel de gevolgen van de niet-uitvoering
van de overeenkomst te compenseren. Voor dat geval is het
EG-Hof van oordeel dat noch de betaling, noch het
behouden, noch het dubbel terugbetalen van voorschotten
onder de werkingssfeer van de btw-richtlijn valt en
derhalve geen deel uitmaakt van de belastinggrondslag van
de btw.
05-07-2007 Herziening Nederlandse
Successiewet
Staatssecretaris De Jager heeft in een brief aan de
Tweede Kamer aangegeven, dat hij bereid is om te bezien
wat de mogelijkheden zijn voor een herziening van de
huidige Successiewet. Deze wet dateert uit 1956 en is in
zijn huidige opzet verouderd en gevoelig voor
constructies.
De staatssecretaris hoopt dat de herziening onder meer
ertoe leidt tot een vergroting van het maatschappelijk
draagvlak voor het successie- en schenkingsrecht. Bij de
herziening is de hoogte van de tarieven een belangrijk
aandachtspunt. Het hoogste tarief in de Successiewet
bedraagt thans 68% (jaar 2007).
Een herziening van de tarieven mag niet leiden tot een
lagere opbrengst. In 2005 bracht het schenkings- en
successierecht tezamen ca. &euro 1,7 mld op. Een
substantiële tariefsverlaging zal slechts mogelijk zijn
indien blijkt dat deze kan worden gefinancierd door
grondslagverbreding of door een herschikking binnen de
tariefstructuur.
De afschaffing van de Successierechten in landen als
Zweden en Portugal, en de versoepelingen in Frankrijk
zijn geen reden om ook over te gaan tot een mildere
heffing bij overlijden en schenken.
21-06-2007 Bouclier fiscal wordt gunstiger
/ vrijstelling schenkingsrecht voor kinderen verhoogd
De plafonnering van de in een jaar te betalen belasting
wordt vanaf 2008 op 50% gesteld. In Nederland hebben we
in het verleden ook een dergelijke regeling gekend. Het
bouclier fiscal geldt niet alleen voor de
inkomstenbelasting en vermogensbelasting, maar ook voor
de plaatselijke belastingen en de sociale premies CSG en
CRDS.
De vrijstelling voor het schenken aan kinderen wordt
vanaf 2008 &euro 150.000 in plaats van de huidige
&euro 50.000. Deze vrijstelling kan om de 6 jaar
worden gebruikt. Bedenk bij een eventuele schenking
echter of er ook Nederlandse gevolgen zijn van de
schenking.
11-06-2007 BTW-tarief Frankrijk omhoog?
Er zijn serieuze geruchten dat het Franse BTW-tarief
wordt verhoogd. Eind janauri ging in Duitsland de BTW van
16 naar 19%, gedeeltelijk nodig om de kosten van de
Duitse sociale bescherming te dekken. De Franse verhoging
is, volgens de geruchten, nodig om de fiscale cadeaus van
de nieuwe president te kunnen financieren. De minister
van Begrotingszaken, Eric Woerth, heeft aangegeven dat
met de BTW-verhoging moet worden bereikt dat de
arbeidskosten dalen. Het idee is dat de sociale lasten
verder gaan dalen (dus de arbeidskosten gaan omlaag) en
dat het hogere BTW-tarief dit moet gaan bekostigen.
Het verhogen van het tarief lijkt ten opzichte van de
omliggende landen niet verstandig.
07-06-2007 Meer duidelijkheid over nieuwe wetgeving
Ten aanzien van het erfrecht: het erfdeel van de
overblijvende partner zal geheel worden vrijgesteld,
waarvoor nu slechts een vrijstelling van &euro 76.000
geldt. Ook voor ervende kinderen wordt het gunstiger, de
vrijstelling wordt &euro 150.000, terwijl dat nu
slechts &euro 50.000 is. De algemene extra algemene
aftrek van &euro 50.000 komt echter te vervallen.
Ten aanzien van de hypotheekrente-aftrek: De aftrek van
de hypotheekrente is begrensd met een maximum aftrek van
&euro 1.500 per koppel. Daarnaast geldt de regel
alleen voor de komende vijf jaar.
25-05-2007 Hypotheekrente-aftrek in
Frankrijk en aanpassen schenkings- en successierechten
De minister van Begrotingszaken Eric Woerth heeft meer
bekendgemaakt over de plannen om huiseigenaren fiscaal
meer tegemoet te komen. De belastingaftrek voor betaalde
hypotheekrente zou 20% kunnen zijn voor huizen waarvan de
definitieve koopakte na 6 mei, de dag van de
verkiezingsoverwinning van Nicolas Sarkozy, is getekend.
De aftrek zal alleen gelden voor hoofdbewoningen. Hoe de
verdere uitwerking van het belastingplan zal zijn is nog
onderwerp van studie, het is in ieder geval de bedoeling
een - tijdelijke - maatregel uit te vaardigen waarbij de
Fransen gestimuleerd worden om huiseigenaar te worden.
Ook het plan om de successierechten af te schaffen of
zeer te beperken zal worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt
voor de voorgenomen versoepeling van de schenkingsrechten,
alles met het doel om de overgang van onroerend goed
binnen de familie te vergemakkelijken. In dit opzicht -
schenken - zullen gepacseerden (mensen die leven onder
het samenlevingscontract de PACS) gelijk worden gesteld
met gehuwden, aldus de minister. Die gelijkstelling zou
weer niet gelden voor de hypotheekrenteaftrek.
08-05-2007 Prioriteiten Nicolas Sarkozy
Direct na het aantreden van Nicolas Sarkozy zullen er
voorstellen komen om de successierechten af te schaffen.
Tevens zal er een vorm van hypotheekrente-aftrek worden
ingevoerd.
10-4-2007 Erfenissen leveren (Nederlandse)
fiscus opnieuw meer op
AMSTERDAM - De totale opbrengst van de successierechten
is vorig jaar gestegen naar ruim 1,8 miljard euro. Dat is
bijna zeven procent meer dan in 2005, meldt het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag. Successierechten
zijn de belastingen op erfenissen en schenkingen. De
opbrengst van de successierechten neemt sinds 2003
gestaag toe, meldt het CBS, ondanks het feit dat het
aantal sterfgevallen in Nederland de afgelopen jaren
licht daalt.
Als voornaamste oorzaak voor de stijging noemt het CBS
dat de vermogens van huishoudens zijn gestegen,
bijvoorbeeld door de stijging van de huizenprijzen en de
waarde van aandelenbezit.
02-04-2007 Voorzichtig met
vermogensoverheveling binnen 10-jaarstermijn na emigratie
Een schenking van een voormalige inwoner van Nederland,
die meer dan 10 jaar uit Nederland is geëmigreerd, is
niet met Nederlands schenkingsrecht belast. Het tijdstip
van de schenking is daarbij van groot belang. Onlangs
heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een specifieke
situatie. Een schenkster was in 1989 vanuit Nederland
geëmigreerd. In 1997 had zij een notariële akte laten
opstellen met daarin een schenking onder opschortende
voorwaarde aan haar drie kinderen. De opschortende
voorwaarde werd na het verstrijken van de 10-jaarstermijn
vervuld. Hof Amsterdam had beslist dat de
schenkingsovereenkomst tot stand was gekomen op het
tijdstip van het verlijden van de notariële akte. Dat
was nog binnen de 10-jaarstermijn. De opschortende
voorwaarde was volgens het hof hierbij van geen belang.
De Hoge Raad komt aan de hand van de tekst van een
bepaling uit de Successiewet tot de conclusie dat het hof
een juiste beslissing heeft genomen.
21-02-2007 Geen heffingskorting premie
volksverzekeringen bij alleen box 3-inkomen van
buitenlandse belastingplichtigen
Hof Den Bosch heeft onlangs de einduitspraak gepubliceerd
over de vraag of een inwoner uit een andere EU-lidstaat
met alleen inkomsten uit sparen en beleggen ook in
aanmerking komt voor de heffingskorting voor de
volksverzekeringen. Het Hof heeft, in navolging van het
arrest van het Europese Hof van Justitie in dezelfde
procedure, deze vraag ontkennend beantwoord. Het verschil
dat de Nederlandse regeling maakt tussen binnenlandse en
buitenlandse belastingplichtigen wordt gerechtvaardigd
door het objectieve verschil tussen de verzekerde voor de
Nederlandse volksverzekeringen en degene die niet in dat
stelsel verzekerd is.
19-02-2007 Goedkeuring voor vrijstelling
buitenlands box 3-inkomen bij hoge persoonsgebonden
aftrek
Mensen met een buitenlands box 3-inkomen met daarbij een
hoog bedrag aan persoonsgebonden aftrek (door
bijvoorbeeld alimentatie, levensonderhoud kinderen of
ziektekosten) blijken in bepaalde situaties een deel van
hun persoonsgebonden aftrek niet effectief te kunnen
benutten. Volgens de bestaande fiscale regels kan het
voorkomen dat (een deel van) het buitenlandse box 3-inkomen
niet in aanmerking wordt genomen bij de berekening van de
voorkoming van dubbele belasting van het box 3-inkomen.
Het Ministerie van Financiën heeft vooruitlopend op een
aanpassing van het Besluit ter voorkoming van dubbele
belasting een goedkeuring bekendgemaakt om deze situatie
ongedaan te maken.
|